ECLI:NL:CRVB:2018:408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening aan gehuwde met niet-rechtmatig verblijvende echtgenote
Appellant en zijn echtgenote zijn gehuwd en ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden. Na onderzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bleek dat de echtgenote nooit rechtmatig verblijf had in Nederland. Het college wijzigde daarom de bijstand van appellant naar de kostendelersnorm, wat leidde tot een terugvordering van bijstand.
Appellant stelde dat artikel 24 van Pro de Participatiewet (PW) van toepassing zou moeten zijn, waardoor hij bijstand naar de norm voor alleenstaanden zou moeten ontvangen. De Raad oordeelde echter dat de kostendelersnorm uit artikel 22a PW terecht werd toegepast, ondanks de schijnbare conflicten tussen artikelen 22a en 24, die een omissie van de wetgever vormden.
Verder faalden de beroepsgronden van appellant dat zijn echtgenote rechtmatig verblijf had, dat het college had moeten afwijken van de kostendelersnorm op grond van bijzondere omstandigheden, en dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van de minderjarige kinderen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.