ECLI:NL:CRVB:2006:AX9529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde inlichtingen over spaarrekeningen
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een anonieme melding over een gezamenlijke huishouding en werkzaamheden in een café, liet het College een onderzoek instellen. Tijdens dit onderzoek werd vastgesteld dat appellante bedragen overmaakte naar twee onbekende spaarrekeningen. Appellante weigerde verdere medewerking bij een vervolgonderzoek.
Het College schortte daarom het recht op bijstand op en bood een hersteltermijn aan. Omdat appellante niet aan deze hersteltermijn voldeed, trok het College het recht op bijstand in met terugwerkende kracht. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het College terecht handelde volgens de Abw, ondanks de overgang naar de Wet werk en bijstand.
De Raad verwierp het verweer dat de verklaring van appellante onrechtmatig was verkregen en benadrukte dat het verzoek om medewerking betrekking had op het bestuursrechtelijk onderzoek naar bijstand, niet op een strafrechtelijk onderzoek. Ook was het College niet verplicht om het rapport van de sociale recherche vooraf aan appellante voor te leggen. De intrekking van de bijstand werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek wordt bevestigd.