Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
revocable discretionary trustdie is opgericht op 13 februari 2012 naar het recht van de staat North Carolina in de Verenigde Staten. [A] is
settloren
trusteevan belanghebbende.
trustee, zodat de vrijstelling van art. 4.4(a) Belastingwet BES voor de eigen woning niet van toepassing is. Het Gerecht heeft overwogen dat de vrijstelling niet van toepassing is als gevolg van de keuze van [A] om de onroerende zaak – om hem moverende redenen – in te brengen in een trust.
settloren
trusteevan belanghebbende) , in weerwil van de kadastrale registratie, als genothebbende in de zin van art. 4.2(2) Belastingwet BES moet worden aangewezen.
trusteebrengt mee dat de vrijstelling van art. 4.4(aanhef en a) Belastingwet BES voor de eigen woning niet van toepassing is. Dat [A] de onroerende zaak heeft gebruikt als permanent hoofdverblijf en hij, naar belanghebbende stelt, heeft kunnen beschikken over het trustvermogen als ware het zijn eigen vermogen maakt dit naar oordeel van het Gemeenschappelijk Hof niet anders.
3.Het geding in cassatie
trustee. Volgens belanghebbende dient geen acht te worden geslagen op de leveringsakte en de inschrijving in de kadasterregistratie. De vermelding in die akte en die kadasterregistratie dat belanghebbende eigendom heeft verworven berust volgens belanghebbende op een kennelijke juridische misslag van de daarvoor verantwoordelijke notaris;
trusteegeen bezit in de zin van art. 4.2(1) Belastingwet BES van de onroerende zaak heeft verworven;
trusteemeebrengt dat het leerstuk van fiscale transparantie geen toepassing vindt.
4.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
datde uitspraak in het webportaal Mijn Rechtspraak is geplaatst en
datde uitspraak per aangetekende post wordt verstuurd naar de partij die niet digitaal procedeert, maar niet wordt vermeld
wanneerdit gebeurt. Onderaan de in de zaak 25/04130 bestreden uitspraak van het gerechtshof Den Haag, waarin ik vandaag ook conclusie neem, staat [5] :
isin Mijn Rechtspraak geplaatst’. In werkelijkheid is in die zaak een portaalbericht gedateerd 7 oktober 2025 voor partijen in Mijn Rechtspraak gezet waarin staat dat de uitspraak in het digitale dossier is geplaatst. Dat portaalbericht van 7 oktober 2025 luidt:
wèldat de uitspraakdatum in de uitspraak wordt vermeld, maar
nietdat de datum van toezending of terbeschikkingstelling wordt vermeld. Het niet vermelden van de uitspraakdatum geldt zelfs als een fataal vormgebrek, dat leidt tot vernietiging van de uitspraak ook als vaststaat wanneer die uitspraak aan partijen is verzonden. [24]
en de datum waarop zij is verzonden. Indien de uitspraakdatum niet of onjuist is vermeld, heeft dit tot gevolg dat de betreffende uitspraak vernietigd wordt.”
inde uitspraak zelf op te nemen. Afschriften van die uitspraak kunnen immers pas aan partijen ter beschikking worden gesteld nadat de uitspraak is gedaan. Maar
ophet
afschriftvan die uitspraak kan de griffier wel de datum van terbeschikkingstelling aantekenen. Tegen die achtergrond is goed te begrijpen dat de bestuursrechters die de vermeldingen van die terbeschikkingstellings- of toezendingsdatum in de uitspraak opnemen (zie 4.9-4.18) dit doen na (onder) de handtekeningen van de rechter en de griffier.
www.belastingdienst.nl/bezwaarchecken kijk hoe u dit kunt doen. Maakt u bezwaar, doe dit dan op tijd. Verstuur het online bezwaarformulier uiterlijk op [datum]. Kunt u alleen schriftelijk bezwaar maken? Dan moet uw bezwaarschrift op [datum] binnen zijn bij de Belastingdienst. Vermeld altijd de reden van uw bezwaar en het aanslagnummer. Vergeet uw handtekening niet”.
5.Vastgoedbelasting
Algemeen wettelijk kader
ookeen ander genothebbende is’, maar zinvoller is het deze bepaling te lezen als: ‘tenzij blijkt dat
niet hij maareen ander genothebbende is’. Het is immers niet goed voorstelbaar dat de wetgever zou hebben gewild dat bij twee genothebbenden van wie er één in de kadastrale registratie wordt vermeld, degene die als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld nooit als genothebbende kan worden aangemerkt. Ik ga er daarom vanuit dat art. 4.2(2) Belastingwet BES op laatstgenoemde wijze moet worden gelezen.
ookgenothebbende is. In plaats daarvan moet hij doen blijken dat hijzelf
nietgenothebbende is en dus dat de kadastrale registratie onjuist is.
nietis opgelegd, kan dan degene aan wie de aanslag
welis opgelegd een beroep doen op de vrijstelling, ook als de onroerende zaak aan hem niet als eigen woning ter beschikking staat (bijvoorbeeld doordat hij elders woont of omdat hij een rechtspersoon is)?
ookgenothebbende is. Dan moet ervan worden uitgegaan dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld in art. 4.4(a) Belastingwet BES en dat de onroerende zaak dus is vrijgesteld.
belastingplichtige:de natuurlijke persoon of rechtspersoon van wie op grond van deze wet een belasting wordt geheven;”
een lichaamin eigendom heeft (vastgoedbelasting) en
lichamen.
lichamendie onroerende zaken op de BES eilanden in bezit hebben maar voor de toepassing van de opbrengstbelasting niet op de BES eilanden zijn gevestigd. Deze
lichamenworden voor de toepassing van de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting geacht in Nederland te zijn gevestigd (hiertoe worden de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 aangepast). Omdat deze
lichamenal aan een heffing naar de winst worden belast (de Nederlandse winstbelasting), zou eveneens heffing in de vastgoedbelasting (voor
lichamenbedoeld als een soort forfaitaire winstheffing) leiden tot tweemaal een gelijksoortige heffing. In onderdeel f wordt deze cumulatie voorkomen. Het is voor een
lichaamof wel opbrengstbelasting en vastgoedbelasting volgens het BES stelsel of wel vennootschapsbelasting en dividendbelasting volgens het Nederlandse stelsel.”
FED 1986/874kritisch over deze overweging:
6.De Trust
trustis als archetype van het fiscale doelvermogen te beschouwen. [56] Deze rechtsvorm is geheel langs eigen weg (in de
common law) tot wasdom gekomen en is dan ook niet zonder meer te plaatsen binnen de Romeinsrechtelijke traditie van het Nederlandse rechtsstelsel. [57] Hoewel verscheidene definities van de Anglo-Amerikaanse
trustkunnen worden gegeven, staat telkens de ‘driehoek’ [58] tussen inbrenger (
settlor), beheerder (
trustee) en begunstigde (
beneficiary) centraal. Kenmerkend bij een
private express trust– de trustverhouding die expliciet in het leven wordt geroepen teneinde particuliere doelstellingen te dienen – is dat de
settlor(of
grantor) vermogen overdraagt aan de
trusteedie dat ten behoeve van de
beneficiarybeheert. Het Anglo-Amerikaans trustrecht heeft dan ook vooral betrekking op de (rechts)verhouding tussen
trusteeen
beneficiary.
T(rust(ee))en
B(eneficiary)als volgt worden weergegeven:
settloraan de
trusteeten behoeve van de
beneficiaries– berust bij de
trustee(
legal title). Deze door de
common lawerkende
legal titlevan de
trusteelaat onverlet dat het afgezonderde vermogen door het systeem van de
equity-rechtspraak ten behoeve van de
beneficiarieswordt beschermd (
equitable title). Aldus komt een splitsing tussen de juridische en economische dimensie van het eigendomsrecht tot stand die in het op het Romeinse recht gebaseerde eigendomsconcept niet bestaat. [59] Daardoor is de Anglo-Amerikaanse
trust, vanwege de goederenrechtelijke trekken van de rechten van de
beneficiaries, moeizaam inpasbaar binnen de continentale rechtsstelsels. [60]
beneficiary. Primair kan onderscheid worden gemaakt tussen een (loutere) verwachting (
discretionary trust) en een (afdwingbaar) recht (
fixed trust). [61] In geval van een
discretionary trustis de
trusteevrij te bepalen aan wie, wanneer en in welke vorm een uitkering wordt gedaan (al dan niet rekening houdend met de wensen van de
settlordie zijn neergelegd in een niet-bindende
letter of wishes). Bij een
fixed trustontbreekt (beleids)vrijheid van de
trusteeen zijn in de trustakte ‘bepaalde of bepaalbare’ aanspraken voor de
beneficiaryneergelegd.”