Belanghebbende, een Duitse staatsburger woonachtig en werkend in Nederland sinds 2007, heeft premies betaald aan een Duitse verzekeraar voor een inkomensvoorziening. Deze premies werden in de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2017, 2018 en 2019 als aftrekpost opgevoerd. De Inspecteur heeft deze aftrek geweigerd omdat de verzekeraar niet is aangewezen als toegelaten aanbieder volgens de Nederlandse wetgeving.
De rechtbank Noord-Nederland heeft de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het weigeren van aftrek vanwege de woonplaats een verboden belemmering vormt van het vrije verkeer van werknemers en diensten binnen de EU. Hij pleitte voor een gedeeltelijke aftrek van 57% van de premies.
Het Hof oordeelt dat de Nederlandse regeling een specifieke uitzondering kent voor immigranten met lopende buitenlandse polissen, maar dat belanghebbende niet in die situatie verkeert. De weigering van aftrek is gebaseerd op het ontbreken van een toegelaten aanbieder, niet op woonplaats. Ook het subsidiaire beroep op het verbod van beperking van het vrije dienstenverkeer wordt verworpen, omdat de regeling geen onredelijke belemmeringen oplegt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.