ECLI:NL:HR:1999:AA2769
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtvaardiging ongelijke fiscale behandeling vakantiebonnen en vakantiegeld
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen over mei 1996, specifiek over de fiscale behandeling van vakantiebonnen versus vakantiegeld. Na bevestiging door het Hof Amsterdam stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep tijdig was ingesteld en dat het Hof terecht had geoordeeld dat op het rechtenbeheersysteem gebaseerde rechten als aanspraken in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moeten worden beschouwd. Het Hof had terecht vastgesteld dat het systeem louter een registratiesysteem is en geen wijziging bracht in het stelsel van vakantiebonnen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de ongelijke fiscale behandeling van vakantiebonnen en vakantiegeld gerechtvaardigd is door objectieve en redelijke gronden, waaronder sociaal-economische motieven van de wetgever. De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten.