ECLI:NL:RBDHA:2025:16573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarden en aanslagen onroerende-zaakbelasting na bezwaar erfgenamen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van de erfgenamen van een overleden eigenaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerende-zaakbelasting en waterschapsheffing voor het kalenderjaar 2024.
Belanghebbenden stelden primair dat de aanslagen naar nihil moesten worden verlaagd vanwege het overlijden van de eigenaar in februari 2024. De rechtbank oordeelde echter dat de aanslagen voor het gehele jaar verschuldigd zijn en dus niet naar nihil kunnen worden verlaagd. Vervolgens werd de juistheid van de WOZ-waarden van veertien woningen beoordeeld. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar terecht de vergelijkingsmethode hanteerde en niet de verkoopcijfers, omdat de woningen verhuurd waren verkocht aan een belegger buiten de vrije markt.
De rechtbank oordeelde dat de WOZ-waarden van vijf woningen te hoog waren vastgesteld en deze werden verlaagd. Verder werd geoordeeld dat de woningen als afzonderlijke onroerende zaken moesten worden gewaardeerd, ook als zij kadastraal niet gesplitst waren. De verhuurde staat van de woningen werd niet meegenomen in de waardering, conform de Wet WOZ. De rechtbank wees het beroep deels toe en legde de gewijzigde aanslagen vast, waarbij ook het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarden en aanslagen voor vijf woningen en bevestigt de overige aanslagen.