Conclusie
Nummer22/00689
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
als verklaring van verdachte:
als verklaring van [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [plaats]:
als verklaring van [betrokkene 1]:
Over het geheel bezien is de rechtbank van oordeel dat aangeefster [aangeefster] een consistente, concrete en gedetailleerde verklaring heeft afgelegd en zij ziet geen reden om op voorhand te twijfelen aan de betrouwbaarheid.
Het eerste middel
i)weergegeven klacht.
iii)weergegeven klacht faalt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verklaring van de moeder van de aangeefster ook bestaat uit feiten en omstandigheden die zij zelf heeft waargenomen. Deze onderdelen van de verklaring bevestigen weliswaar niet rechtstreeks de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten, maar dat brengt nog niet mee dat dit niet als steunbewijs kan gelden. De steller van het middel miskent met deze klacht dat – zoals bij de bespreking van het juridisch kader is gebleken – de bewijsminimumregel van art. 342 lid 2 Sv Pro niet vereist dat de verklaring van de moeder direct de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit moet bevestigen.
ii)die inhoudt dat de door het hof genoemde feiten en omstandigheden waaruit het steunbewijs voor de verklaring van de aangeefster zou hebben bestaan, niet specifiek zijn.
Het tweede middel
i)de leeftijd van de aangeefster ten tijde van de tenlastegelegde feiten laag was,
ii)het leeftijdsverschil tussen de aangeefster en de verdachte groot was, en
iii)er sprake was van een afhankelijkheidsaspect van het slachtoffer ten opzichte van de verdachte nog niet zonder meer maken dat gesproken kan worden van een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Ook de omstandigheid dat de aangeefster (meermalen) kortstondig in de woning van de verdachte is geweest, kan de bewezenverklaring dat de aangeefster aan de zorg en/of de waakzaamheid van de verdachte was toevertrouwd niet dragen. Uit de bewijsvoering van het hof kan daarmee niet worden afgeleid dat de verdachte ten opzichte van de aangeefster gehouden was zorghandelingen te verrichten of dat hij een zeker gezag over de aangeefster uitoefende.