ECLI:NL:PHR:2022:302
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of zorgmachtiging Wet forensische zorg een vrijheidsbenemende maatregel is in het kader van voorlopige hechtenis
Deze cassatie in het belang der wet betreft de uitleg van artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) in relatie tot de zorgmachtiging zoals bedoeld in artikel 2:3 van Pro de Wet forensische zorg (Wfz). De centrale vraag is of een zorgmachtiging, die door de strafrechter kan worden afgegeven en mede gericht is op klinische opname, moet worden aangemerkt als een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel in de zin van artikel 67a lid 3 Sv. Dit is relevant voor de toepassing van het anticipatiegebod, dat bepaalt dat voorlopige hechtenis niet mag worden voortgezet indien ernstig rekening moet worden gehouden met een langere vrijheidsbeneming dan de duur van de straf of maatregel.
De zaak heeft betrekking op een beschikking van het hof Amsterdam van 30 september 2020, waarin het hof oordeelde dat een zorgmachtiging wel als een vrijheidsbenemende maatregel moet worden beschouwd. De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad bespreekt uitvoerig de wetsgeschiedenis, de systematiek van het strafrecht en de Wet forensische zorg, en de praktische problemen rond de aansluiting van voorlopige hechtenis en uitvoering van de zorgmachtiging.
Er wordt benadrukt dat de zorgmachtiging civielrechtelijk van aard is maar in het strafrechtelijke kader wordt gegeven, en dat het begrip maatregel in artikel 67a lid 3 Sv een autonome betekenis heeft gekregen in de rechtspraak. De conclusie wijst op juridische spanningen en pleit voor een meer praktische oplossing waarbij voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra een machtiging wordt afgegeven, met een kort verblijf als passant in een huis van bewaring mogelijk, en dat wetswijziging gewenst is.
De conclusie bevat ook een uitgebreide bespreking van de uitvoering van de machtiging, de relatie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en de problematiek van capaciteit en passende zorginstellingen. Literatuur en jurisprudentie worden besproken om de complexiteit en de noodzaak van een heldere wettelijke regeling te onderstrepen.
Uitkomst: De conclusie verzoekt vernietiging van het hofarrest en stelt dat een zorgmachtiging niet als maatregel in de zin van artikel 67a lid 3 Sv moet worden aangemerkt.