Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 april 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging kan verlenen op grond van art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz Pro, ook indien de officier van justitie geen verzoek tot zorgmachtiging indient. De rechtbank had een zorgmachtiging verleend ondanks dat de officier van justitie de voorbereiding had beëindigd, omdat volgens hem niet aan de criteria voor verplichte zorg werd voldaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de strafrechter deze bevoegdheid ambtshalve heeft en dat het verzoek van de officier van justitie niet vereist is. De rechter moet wel beschikken over de relevante documenten om een zorgvuldige afweging te kunnen maken. De officier van justitie is verplicht om op verzoek van de rechter de medische verklaring, het zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur te verstrekken, ook al betreft het een strafzaak.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de officier van justitie en benadrukte dat de geheimhoudingsplicht uit art. 8:34 Wvggz Pro niet aan verstrekking van deze documenten in de strafzaak in de weg staat. De uitspraak bevestigt de integrale benadering waarbij strafrechtelijke en zorgmaatregelen gecombineerd kunnen worden en benadrukt het belang van een volledige informatievoorziening aan de strafrechter.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging kan verlenen zonder verzoek van de officier van justitie.