ECLI:NL:GHARL:2020:2258
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks zorgmachtiging als vrijheidsbenemende maatregel
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank had het verzoek op 18 februari 2020 afgewezen.
Het hof heeft de gronden voor de voorlopige hechtenis onderzocht en vastgesteld dat deze nog steeds aanwezig zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat verdachte bij veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal krijgen, noch dat hij langer in hechtenis zal blijven dan de duur van de straf of maatregel.
Belangrijk in deze zaak is de overweging dat een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3 Wet Forensische Zorg wordt aangemerkt als een vrijheidsbenemende maatregel in de zin van artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de rechtbank en handhaaft de voorlopige hechtenis van verdachte.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt bevestigd omdat de gronden nog aanwezig zijn en een zorgmachtiging als vrijheidsbenemende maatregel geldt.