Conclusie
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof op onbegrijpelijke dan wel ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat de betrokkene daadwerkelijk voordeel zou hebben gehad, door middel van het begaan van een soortgelijk feit, te weten hennephandel, waaromtrent voldoende aanwijzingen zouden bestaan dat het door betrokkene is begaan.
contantebedragen bij de betrokkene hebben geleid.
€ 23.324,84.
€ 34.240,-
€ 11.546,07meegenomen voor reizen naar Italië (Juli 2011), Jamaica (April 2011) en Zuid-Afrika (Juli 2010).
€ 5.127,-in verband met de bouw van een terrasoverkapping. De verdediging heeft zich ten aanzien van dit bedrag uitdrukkelijk gerefereerd aan het oordeel van het hof.
€ 136.111,69 NEGATIEF
1.
het hof leest dit gezien p.4 van bovengenoemd proces-verbaal en de bij de strafzaak behorende beslaglijst verbeterd) hennep aangetroffen en in beslag genomen.
bedoeld zal zijn, gelet op de hiervoor opgenomen gegevens betreffende de inschrijving bij de Kamer van Koophandel Limburg: [betrokkene ] , [betrokkene 5] en [betrokkene 4] , hof)
3.
4.
6.
hof: in het arrest gecorrigeerd naar € 20.000,-, (…))
hof: in het arrest gecorrigeerd naar nihil, (…))
hof: in het arrest gecorrigeerd naar nihil, (…))
Hof: in het arrest is het totaalbedrag gecorrigeerd naar € 76.250,00, (…))
Stb. 2011, 171 (Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming) luidt artikel 36e, eerste en tweede lid, Sr:
NJ2017/151 overwoog Uw Raad, voor zover hier van belang: [5]
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof bij de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel een onjuiste maatstaf heeft gebruikt. Het hof zou de maatstaf ‘aannemelijkheid’ hebben gebruikt en op meerdere momenten verweren hebben afgewezen omdat de verweren niet of niet voldoende onderbouwd waren met schriftelijke bescheiden. De stellers van het middel menen dat verweren in de ontnemingszaak aan dezelfde maatstaf dienen te worden getoetst als de verweren die de bewijsvoering van witwassen in de strafzaak betreffen. Een vrijspraak voor witwassen, dan wel een veroordeling tot een lager bedrag in de witwaszaak, zou een ontnemingsvordering uitsluiten, dan wel tot matiging van het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te leiden, nu in de strafzaak en de ontnemingszaak van dezelfde berekening is uitgegaan.