ECLI:NL:HR:2002:AE3569
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruik kasopstelling bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel, vastgesteld via een kasopstelling.
Het Hof baseerde zijn oordeel op een financieel rapport van een deskundige die een kasopstelling maakte van de contante ontvangsten en uitgaven van betrokkene over de relevante periode. Het negatieve saldo werd aangemerkt als onverklaard en dus als wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van art. 36e Sr.
De Hoge Raad stelt dat het gebruik van een beredeneerde kasopstelling, gebaseerd op wettige bewijsmiddelen en waarbij betrokkene de mogelijkheid krijgt om tegenbewijs te leveren, toelaatbaar is. Het cassatieberoep faalt omdat het Hof deze voorwaarden heeft gerespecteerd.
Daarmee wordt de beslissing van het Hof bevestigd, inclusief de oplegging van betaling van ƒ 28.421,- of subsidiair 140 dagen hechtenis. De Hoge Raad ziet geen reden tot vernietiging en verwerpt het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot betaling van ƒ 28.421,- of subsidiair 140 dagen hechtenis wordt bevestigd.