Conclusie
Nummer19/03119
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbevat de klacht dat het hof het door de raadsman van de verdachte gedane aanhoudingsverzoek op ontoereikende gronden heeft verworpen.
tweede middelbevat de klacht dat de bewezen verklaarde diefstal niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
[betrokkene 1]:
[betrokkene 1]:
het hof begrijpt: de verdachte) was op 5 november 2017 ook aanwezig in de woning aan de [a-straat 1].
[betrokkene 1]:
[betrokkene 1]:
het hof begrijpt: te Capelle aan den IJssel). Hij was op de avond van 5 november 2017 ook in de woning aan de [a-straat 1].
[betrokkene 1]:
het hof begrijpt: van het wegbrengen van de vriend) was er niet genoeg plek en stond de auto een afstandje verder (
het hof begrijpt: van het huis van de zus). Vanaf de ramen van de woning kon je de auto niet zien. Mijn zus woont op de vierde verdieping, vanaf haar balkon kon je de auto zien.
[verdachte]:
[verdachte]:
[betrokkene 2]:
het hof begrijpt: in de telefoon van [betrokkene 2]) zien dat [verdachte] de auto heeft gestolen waarvan aangifte is gedaan. [verdachte] vertelde mij dat hij op een feestje - ik denk in Rotterdam - de autosleutels had gepakt van een dronken meisje waar de Volkswagen van is en op het balkon ging staan om te kijken welke auto reageerde op de sleutels. Hij had gezien welke auto dat was (een personenauto van het merk Volkswagen Polo met de kleur blauw). [verdachte] vertelde dat hij de auto had meegenomen.”
derde middelbevat de klacht dat het hof door het primair ten laste gelegde bewezen te verklaren, is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging zonder daarvoor in het bijzonder de redenen op te geven.
3. Dat cliënt wel eens in een kamer in hetzelfde pand heeft verbleven als aangeefster, maakt niet dat cliënt aangemerkt kan worden als dief. Op de vraag of er meer mensen aanwezig waren in de woning de betreffende nacht/ochtend, antwoordt aangeefster ten overstaan van de raadsheer-commissaris, dat haar vriend, haar zus, de kleine van haar zus, haar zwager en ene [betrokkene 3] aanwezig waren. Kortom: als cliënt haar sleutels uit de tas zou hebben gepakt, hetgeen zij nu vermoedt, dan was dat wel opgevallen. Niemand heeft daar echter iets over verklaard.
5. Deze getuige heeft bovendien wisselend verklaard over de wijze waarop cliënt de auto onder zich zou hebben gekregen. Bij de politie vertelt hij dat cliënt gezegd zou hebben dat de auto was gestolen, maar bij de raadsheer-commissaris merkt hij op dat cliënt gezegd zou hebben dat cliënt de auto had gekocht.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv onvoldoende in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Het
vijfde middelbevat de klacht dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het door de verdediging ten aanzien van de op te leggen straf gevoerde verweer. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Strafmotivering
Strafmaat & TUL
normaalbestaan.
20. Wat de verdediging betreft, kan gezien de persoonlijke omstandigheden volstaan worden met een forse taakstraf en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf.
zesde middelkomt met een motiveringsklacht op tegen de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Vordering tenuitvoerlegging
BeslissingHet hof:
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.”