Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Notaris-Maasheeft de Hoge Raad geoordeeld dat de grondslag van het verschoningsrecht is gelegen in het algemene rechtsbeginsel dat bij bepaalde vertrouwenspersonen het maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden. [16]
over de betalingen die met de op de derdengeldenrekening gestorte gelden zijn verricht(het hof verwijst hierbij naar de formulering van de Belastingdienst), wordt onderdeel 1 als van de verste strekking vooropgesteld en bestaat, aldus de Belastingdienst, uitsluitend belang bij onderdeel 2 indien onderdeel 1 faalt.
subonderdeel 1.2,waarin wordt betoogd dat het hof zijn oordelen niet naar behoren heeft gemotiveerd, althans niet voor zover het de afwijzing van de vordering voor zover deze betrekking heeft op de onder b) genoemde informatie in rov. 3.14 en het dictum, door in het geheel niet kenbaar op het betoog van de Belastingdienst in te gaan dat informatie omtrent (het beheer van) derdengelden überhaupt niet onder het verschoningsrecht van de advocaat valt. Zoals in onderdeel 1 ook wordt verondersteld, ligt in het oordeel van het hof besloten dat dit betoog is verworpen.
zoals die ten tijde van de behandeling van het kort geding blijken, al of niet een voorlopige voorziening vergen.