Uitspraak
vande belastingschuldige of aansprakelijk gestelde, als bedoeld in art. 59 lid Pro 1, in verbinding met art. 58 onder Pro b, Iw 1990.
18 december 1998.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de vraag of een notaris gehouden is om op verzoek van de ontvanger van de belastingdienst gegevens te verstrekken over een verkoop van bedrijfspanden, ondanks zijn verschoningsrecht op grond van de Wet op het Notarisambt en art. 63 Invorderingswet Pro 1990.
De ontvanger had een kort geding aangespannen om de notaris te bevelen kopieën van afrekeningen en bankgegevens te verstrekken, omdat deze nodig zouden zijn voor de invorderingsstrategie tegen de verkopende vennootschap. De notaris verweerde zich met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht. De President van de Rechtbank Groningen oordeelde dat de ontvanger ontvankelijk was en dat de gevraagde gegevens niet vertrouwelijk waren, en wees de vordering deels toe.
De Hoge Raad vernietigt dit vonnis en overweegt dat het verschoningsrecht van de notaris zich uitstrekt tot alle gegevens die hem als notaris zijn toevertrouwd, zonder onderscheid in vertrouwelijkheid. Het belang van de ontvanger bij het verkrijgen van gegevens rechtvaardigt geen beperking van dit verschoningsrecht. De Hoge Raad wijst de vordering van de ontvanger af en veroordeelt deze in de proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het notarieel verschoningsrecht tegenover de wettelijke informatieplicht in het kader van belastinginvordering.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering van de ontvanger af en bevestigt het notarieel verschoningsrecht.