Conclusie
eerste middelkeert zich tegen het oordeel van het hof dat de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid bewezen kan worden verklaard.
[medeverdachte] , op 30 november 2014, in de gemeente Borne, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan (tankstation) Avia (gelegen aan de Europastraat 28), welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer] in haar functie als servicemedewerker in de shop van de Avia, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat [medeverdachte] :
- zich – verkleed als “zwarte piet”- naar voornoemde shop (van de Avia) heeft begeven en
- (vervolgens) is hij, verdachte ( [medeverdachte] ) – terwijl hij een houten knuppel ter hand had genomen – op de balie van die shop (waarachter zich op dat moment [slachtoffer] bevond – gesprongen en
- (vervolgens) heeft hij, verdachte ( [medeverdachte] ) met kracht [slachtoffer] met die knuppel tegen het hoofd geslagen en
- (vervolgens) heeft hij, verdachte ( [medeverdachte] ) geld uit de kassalade gepakt,
ten gevolge waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder andere) (licht) hersenletsel en (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een oor), heeft opgelopen,
tot en bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte in de maanden november en december 2014, te Hengelo, en de gemeente Borne, opzettelijk gelegenheid en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- samen met [medeverdachte] (via Google Maps) de voorverkenning – met betrekking tot diverse tankstations – te doen en
- (samen met [medeverdachte] ) in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden en
- (aldaar) in de directe nabijheid van het tankstation in de auto [medeverdachte] (als zwarte piet) te schminken en
- naar voornoemd tankstation te lopen om te verkennen of de glazen wand van de balie wel naar beneden was en
- vervolgens [medeverdachte] op de hoogte te brengen van het feit dat hij ( [medeverdachte] ) gewoon toegang tot de kassa had en dat er op dat moment een vrouw alleen (achter de balie) aan het werk was en
- voor die Abdullah op de uitkijk te gaan staan en
- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om de buit (geld) te verdelen en
- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om een deel van het zwarte pieten pak te verbergen.”
Ik doe aangifte namens de benadeelde Avia te Borne. Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik wens aangifte te doen van diefstal door middel van geweld, gepleegd op 30 november 2014 te Borne. Door het geweld heb ik letsel aan de linkerkant van mijn gezicht opgelopen.
Ik ben werkzaam bij de Avia. Ik ben servicemedewerker op diverse locaties. Ik ben werkzaam in en bij de shop van het tankstation. Op 30 november 2014 had ik van 18.00 uur tot 22.00 uur dienst bij Avia Borne, Europastraat 28.
Ik zag dat de kassa vol was en heb geld uit de kassa gehaald om dit in de kluis te doen. Toen ik bezig was met het geld in de kluis te doen kwam er een Piet binnen. Hij gooide pepernoten door de shop heen. Vervolgens zag ik hem met een blikje Red Bull richting de kassa komen lopen. Ik zag dat hij het blikje Red Bull in de afrekenbak legde. Ik pakte het blikje om dit te scannen en op dit moment zag ik dat hij een graai deed in een zak die hij bij zich had. Ik legde het blikje terug op de balie en dacht dat hij geld zou pakken om het blikje af te rekenen. Toen ik weer opkeek, stond hij op de balie. Hij stond met zijn voeten op de balie en had een houten knuppel in zijn hand. Ik zag dat hij met deze knuppel naar mijn gezicht uithaalde. Mogelijk heb ik in een shock op de knop ‘cash’ gedrukt, hierdoor ging de kassalade open. De Piet raakte mij aan de linkerkant van mijn gezicht met een forse klap en door deze klap viel ik op de grond achter de balie. Het werd mij op dat moment even zwart voor de ogen. Ik zag dat de Piet buiten naar links liep. Ik zag dat er geld uit de kassalade weg was.
Ik heb aan niemand toestemming gegeven om door middel van geweld het geld uit de kassa weg te nemen en zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Op 11 november 2015 brachten wij, verbalisanten, een bezoek aan [slachtoffer] . [slachtoffer] werd op 30 november 2014 slachtoffer van een overval op een tankstation, gevestigd aan de Europastraat 28 te Borne, waar zij op dat moment werkzaam was. Wij, verbalisanten, hadden een afspraak met [slachtoffer] om te horen hoe het nu met haar is. In het gesprek met [slachtoffer] heeft zij aan ons, verbalisanten, het volgende verteld:
“Ik heb nog dagelijks last van de gevolgen van de overval gepleegd op 30 november 2014, waarvan ik slachtoffer ben geworden. De gevolgen van de klap, die ik tijdens de overval met een knuppel tegen mijn hoofd heb gekregen, zijn ernstig. Ik ben momenteel, het is nu bijna een jaar later, nog onder behandeling bij revalidatiecentrum het Roessingh. Ik ben onder behandeling bij de afdeling Niet Aangeboren Hersenletsel. Ik praat sinds de klap op mijn hoofd tijdens de overval veel langzamer en heb moeite om de juiste woorden te vinden. Mijn concentratie is ook veel slechter geworden. Ik gebruik nu een gehoorapparaat om te kunnen horen. Ook hoor ik een constante ruis in mijn hoofd, alsof er altijd een afzuigkap aan staat”.
Ik wil vertellen in aanwezigheid van mijn advocaat dat ik de overvaller ben van de overval op het Avia tankstation in Borne en ook van het Shell tankstation aan de Willem Otterloostraat in Hengelo.
V: Hoe kwam die overval tot stand?
A: Ik was geld schuldig, ik gokte in die tijd. Ik heb contact opgenomen met [verdachte] . Ik heb hem verteld dat ik geld nodig had. We zijn toen op het idee gekomen om een overval te plegen op een tankstation.
V: Wie heeft het zwarte pietenpak gekocht?
A: Ik heb in Enschede bij de Bart Smit in de binnenstad toen twee zwarte pietenpakken gekocht.
V: Wanneer hebben jullie overlegd om de overval op deze manier te plegen?
A: Dat was een aantal dagen voordat ik die zwarte pietenpakken heb gekocht.
A: We hebben eerst naar diverse tankstations op Google Maps gekeken. Dit hebben we een aantal dagen voor de overval gedaan. Op die zondag zijn [verdachte] en ik met de auto gaan rijden.
V: Wanneer hebben jullie je geschminkt?
A: We hebben ons in de auto geschminkt.
V: Waar hebben jullie de auto geparkeerd?
A: Wij hebben de auto eerst op de Oude Deldensestraat vlakbij de Europastraat en met de kruising Kempenstraat geparkeerd. Daar heeft [verdachte] mij toen geschminkt.
V: Wat heeft [verdachte] gedaan?
A: [verdachte] is uit de auto gegaan en via de Europastraat langs het Avia tankstation gelopen om te kijken of de glazen wand bij de balie naar beneden was.
V: Wat is er vervolgens gebeurd?
A: [verdachte] kwam weer terug naar de auto en vertelde dat ik gewoon toegang had tot de kassa en dat er een vrouw alleen aan het werk was in de shop van het Avia tankstation.
We hebben de auto vervolgens in de Kempenstraat aan de rechterkant net voorbij de kruising met de Lantmanstraat geparkeerd.
heeft ook het zwarte pietenpak aangetrokken.
V: Wat heb je vervolgens gedaan?
A: Ik ben vervolgens via de Lantmanstraat en een pad dat loopt vanaf de Lantmanstraat naar de Europastraat gelopen en naar het Avia tankstation gelopen.
V: Wat heb je meegenomen naar het Avia tankstation?
A: Ik heb een houten knuppel meegenomen. Ik nam de juten zak die ik had gekocht mee. In die zak zaten pepernoten en tevens zat de knuppel in de zak.
V: Hoe is het vervolgens precies gegaan?
A: Ik ben de straat waar het Avia tankstation ligt overgestoken. Ik ben de shop van het tankstation binnen gegaan. Ik ben met een blikje Red Bull naar de balie gelopen. Ik heb het blikje op de balie gezet, dit was bij de kassa waar je moet afrekenen. Ik ben op de balie gesprongen en ik had toen de knuppel in mijn rechterhand. Ik heb vervolgens die mevrouw die achter de balie stond met de knuppel op haar hoofd geslagen en daarna heb ik het geld uit de kassa gepakt.
V : Wat gebeurde er dan vervolgens?
A: Ik ben de shop uitgerend en ik ben mogelijk naar links gerend en ik ben de Europastraat overgestoken en ik ben via een tussendoor weggetje weer bij de auto gekomen. [verdachte] stond buiten bij de auto. Ik ben in de auto gestapt en [verdachte] ook en we zijn meteen weggereden. We zijn vervolgens via het station van Borne richting Almelo gereden en daarna zijn we naar Hengelo gereden. [verdachte] heeft mij de weg gewezen.
V : Waar zijn jullie in Hengelo naar toe gegaan?
A: We zijn naar het huis van [verdachte] gegaan. In de badkamer heb ik de schmink van mijn gezicht gewassen. Dat ging moeilijk en [verdachte] heeft me daarbij geholpen. Daarna zijn we naar de kamer van [verdachte] gegaan. Daar hebben we het geld geteld dat ik had weggenomen uit de kassa van het Avia tankstation in Borne.
V: Wat hebben jullie met het geld gedaan?
A: We hebben het geld verdeeld.
V: Wat hebben jullie verder die avond gedaan?
U, voorzitter, houdt mij voor dat u uit de stukken begreep dat ik van beide overvallen van tevoren wist dat ze zouden plaatsvinden.
Dat [medeverdachte] voor die tijd bij mij is gekomen met verkleedspullen en na afloop na de overval de broek bij mij heeft achtergelaten die ik weg moest maken en dat ik bij de tweede overval kort ervoor iets te drinken heb gekocht en bij [medeverdachte] ben ingestapt en ook toen wist dat er iets zou gaan gebeuren.
Dat klopt.
Het Hof heeft voorts vastgesteld dat, toen het niet was gelukt de woonwagen binnen te dringen, direct door verschillende leden van de groep op lichaamshoogte en van korte afstand is geschoten op de verlichte ramen en de deur van de woonwagen, hetgeen resulteerde in 27 inslagen, en heeft het overwogen dat niet gebleken is dat het schieten ongepland is gebeurd, of vanuit een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, of uit paniek of ter verdediging, maar dat het veeleer berustte op een keuze van de groep om de woonwagen, op een tijdstip waarop de bewoners veelal thuis zijn en, naar is gebleken thuis waren, te beschieten.
Omtrent de rol van de verdachte heeft het Hof vastgesteld dat hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding en uitvoering van de actie, onder meer doordat hij de bij het schietincident betrokken Volkswagen Transporter heeft geregeld, hij samen met de medeverdachten in deze Volkswagen Transporter naar de woonwagen is gereden, hij aanwezig is geweest bij het schietincident, zich toen heeft opgesteld tussen de andere leden van de groep en hij zich na het schietincident gelijktijdig met de anderen heeft verwijderd.
2.3.2. Uit deze feiten en omstandigheden heeft het Hof kunnen afleiden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer 1] (…).”
NJ2004,103.
Ten laste van de verdachte was – kort gezegd – de moord op twee Chinese mannen bewezen verklaard. De verdachte wachtte samen met zijn mededaders bij de uitgang van een snookercentrum de Chinese man op die zij wilden doden. De man kwam met een andere Chinese man naar buiten. Ook die Chinees werd gedood. De rol van de verdachte bestond daarin dat hij, bewapend met een mes, een zodanige positie innam dat de beide Chinezen niet konden ontsnappen. Ook ten aanzien van de tweede moord kon de verdachte naar het oordeel van de Hoge Raad als medepleger worden aangemerkt. Het (klaarblijkelijke) oordeel van het hof dat het opzet van de verdachte daarop in elk geval in voorwaardelijke zin ook was gericht, was niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de verdachten hun slachtoffer bij een voor het publiek toegankelijk snookercentrum hebben opgewacht en de verdachte, toen beide Chinezen naar buiten kwamen, zijn rol is blijven vervullen.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (€6.394,70) en de vordering van benadeelde partij Avia (€22.132,99) ter zake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde geheel heeft toegewezen.
artikel 51f, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) luidt als volgt:
“Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.”
In artikel 361, tweede lid, onder b, Sv keert het criterium van rechtstreekse schade terug als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering. Deze bepaling luidt:
“De benadeelde partij zal alleen ontvankelijk zijn in haar vordering indien:
(...)
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.
(…)
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 6.394,70 (zesduizend driehonderdvierennegentig euro en zeventig cent) bestaande uit € 1.394,70 (duizend driehonderdvierennegentig euro en zeventig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
Uit het dossier blijkt dat verdachte in de hoedanigheid van medeplichtige betrokken is geweest bij de overval op het tankstation waarbij de medewerkster die in dienst was van de benadeelde partij met een knuppel tegen het hoofd is geslagen als gevolg waarvan deze letsel heeft opgelopen aan haar hoofd, waardoor er - anders dan in de door de verdediging genoemde uitspraak - sprake is van een concrete onrechtmatige daad die door de pleger en verdachte als medeplichtige ook is gepleegd jegens de benadeelde partij Avia, waardoor deze schade heeft geleden. In casu bestaat de vordering van de benadeelde partij Avia uit materiele schade, te weten uitbetaald loon en therapiekosten.
(…)
Vordering van de benadeelde partij Avia t.a.v. [A]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Avia t.a.v. [A] ter zake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 22.132,99 (tweeëntwintigduizend honderdtweeëndertig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.