Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
22 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 mei 2015. De verdachte werd bijgestaan door advocaat Y. Moszkowicz, terwijl de benadeelde partij werd vertegenwoordigd door advocaten M. Bakker en A. Daalderop. De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend. Het beroep is formeel verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.