Voetnoten
2.Dienst Domeinen Onroerende Zaken, sinds 1 juli 2009 genaamd Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf.
3.Rechtbank Den Haag 8 december 2015, nrs. SGR 15/4070, SGR 15/4215 en SGR 15/6360, niet gepubliceerd.
4.De in deze conclusie opgenomen citaten uit jurisprudentie en literatuur zijn meestal zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen. Citaten met een tekstbewerking, zoals onderstrepingen, vet- of cursiefzettingen, zijn veelal als onbewerkt weergegeven. Witregels zijn soms weggelaten.
6.Rechtbank Den Haag 8 december 2015, nrs. SGR 15/4070, SGR 15/4215 en SGR 15/6360, niet gepubliceerd.
9.Voetnoot A-G: in deze conclusie opgenomen in onderdeel 4.10.
10.Voetnoot A-G: zie 4.32.
11.Voetnoot A-G: zie 4.20.
12.Voetnoot A-G: enkele spelfouten zijn verbeterd.
13.De zaak waar deze uitspraak van Rechtbank Den Haag op zag, is thans aanhangig bij de Hoge Raad en bekend onder nummer 16/05373. De zaak betrof aankoop van rechten over waterpercelen in de Rijn door de Gemeente Leiden, waartegen belanghebbende zich tegen teweer stelt.
14.Wet van 27 april 1994 tot wijziging van de Gemeentewet met betrekking tot de materiele belastingbepalingen,
15.Zie voor de huidige tekst 4.4.
29.Voetnoot A-G: bedoeld zal zijn ‘onderdeel a’.
39.Voetnoot A-G: opgenomen in deze conclusie in 4.5.
40.Voetnoot in het origineel: Zie 4.12. In 4.12 stond dit deel uit de parlementaire behandeling opgenomen:
41.M.P. van der Burg e.a.,
42.Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Lokale belasting en milieuheffingen, artikelsgewijs commentaar Gemeentewet, artikel 229, aantekening 12.2.3 ‘Gemeentebezittingen, -werken of -inrichtingen’. Het commentaar is bijgewerkt tot en met 2 januari 2017 c.q. tot en met
43.Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Lokale belasting en milieuheffingen, artikelsgewijs commentaar Gemeentewet, artikel 229, aantekening 16.1.2 ‘Wettelijke basis’. Het commentaar is bijgewerkt tot en met 2 januari 2017 c.q. tot en met
44.Zie 1.8 en 1.9.
45.Zie voor het arrest 4.20.
46.Zie 2.7.
47.Zie 4.1.
48.Zie 4.2.
49.De regels van de AWR zien ingevolge artikel 1, eerste lid van de AWR in beginsel slechts op ‘
50.Zie 4.6.
51.Zie ook het in 4.23 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2004.
52.Zie 2.7.
53.Zie 4.7.
54.Zie 4.4.
55.Zie de artikelen 2 en 3 van de Verordeningen. Zie 4.7.
56.Zie r.o. 4.1 van de uitspraak van het Hof, zoals opgenomen in 2.1.
57.Zie 4.8 en 4.9.
58.Zie r.o. 4.1 van de uitspraak van het Hof, zoals opgenomen in 2.1.
59.Dit is een relevant criterium voor gemeentelijke belastingheffing op grond van artikel 229, onder a, van de Gemeentewet. Zie bijvoorbeeld het in 4.14 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 9 augustus 1996 en het in 4.20 geciteerde arrest van 5 september 2003.
60.Artikel 3:107, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, luidt: ‘
61.Artikel 5:1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, luidt: ‘
62.Zie 4.11.
63.Zie ook de literatuur in 4.32.
64.In het Proces-Verbaal van de zitting van 15 juni 2016 stelt belanghebbende zulks: ‘
65.Zie 2.7.
66.Zie 4.4.
67.Zie het in 4.11 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 11 november 1959.
68.Zie 4.14.
69.Zie ter ondersteuning de annotatie van Van Leijenhorst, opgenomen in 4.15, bij dit arrest.
70.Zie 4.10.
71.Zie 4.26. Zie ook de literatuur in 4.32
72.Zie ook het arrest van 23 december 1998, hier opgenomen in 4.16.
73.Een gemeente kan immers gemakkelijker inzicht verschaffen omtrent haar beheer dan een belanghebbende.
74.Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2009, hier opgenomen in 4.24.
75.Zie 5.21.
76.Het lijkt mij dat er bepaalde minimum eisen kunnen worden gesteld om van ‘beheer’ te kunnen spreken. Vgl. de in 4.29 opgenomen uitspraak van Hof Arnhem van 16 oktober 2002, r.o. 6.
77.Zie rechtsoverweging 4.3 van de in 2.1 opgenomen feitenvaststelling door het Hof.
78.Voetnoot A-G: info over het Hoogheemraadschap is te vinden op
79.Zie het in 4.12 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 2 maart 1960. Zie ook de noot van Snoijnk, bij het arrest van 15 maart 2000, hier opgenomen in 4.18.
80.Zie het in 4.12 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 2 maart 1960.
81.Zie 5.5.
82.Zie 2.7.
83.Zie 4.24.
84.Zie recentelijk het arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, opgenomen in 4.27.
85.Zie het arrest van de Hoge Raad van 23 december 1998, hier opgenomen in 4.16. Zie ook het arrest van 15 maart 2000, in 4.17.
86.Zie hiervoor in 5.36.
87.Zie 4.5.
88.De Hoge Raad gebruikt deze terminologie. Zie de in 4.25 en in 4.28 opgenomen arresten van 24 april 2009 en 4 april 2014.
89.Zie 2.7.
90.Zie het in 4.25 opgenomen arrest van 24 april 2009.
91.Zie het in 4.28 opgenomen arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014.
92.Zie 5.24 hiervoor.