ECLI:NL:HR:2004:AI0753

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38442
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • P.J. van Amersfoort
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem betreffende legesheffing Vereniging X

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 1 juli 2002. De zaak betreft de leges die zijn geheven voor de afgifte van fotokopieën op basis van een aanvraag. De belanghebbende ontving op 5 november 1999 een kennisgeving van de gemeente waarin een bedrag aan leges werd opgelegd. Na bezwaar tegen deze kennisgeving, handhaafde de gemeenteambtenaar de legesheffing. Hierop heeft de belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerechtshof, dat het beroep gegrond verklaarde en de uitspraak van de gemeenteambtenaar vernietigde. Het Hof oordeelde dat de gemeenteambtenaar niet bevoegd was om de legesheffing op te leggen en dat de uitspraak op het bezwaarschrift niet rechtsgeldig was gedaan.

Het college van burgemeester en wethouders heeft vervolgens cassatie ingesteld tegen deze uitspraak van het Hof. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof. De Hoge Raad heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof vernietigd, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat de legesheffing niet bevoegdelijk was opgelegd, en dat de kennisgeving door de gemeenteambtenaar rechtsgeldig was.

De Hoge Raad heeft geen termen aanwezig geacht voor een veroordeling in de proceskosten, en na verwijzing zal het Hof opnieuw beoordelen of er een vergoeding voor de proceskosten aan de belanghebbende moet worden toegekend. Dit arrest is openbaar uitgesproken op 30 januari 2004.

Uitspraak

Nr. 38.442
30 januari 2004
AB
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 1 juli 2002, nr. 00/00831, betreffende na te melden van de Vereniging X te Z geheven bedrag aan leges.
1. Kennisgeving, bezwaar en geding voor het Hof
Van belanghebbende is bij schriftelijke kennisgeving van 5 november 1999 een bedrag aan leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van fotokopieën geheven, welke kennisgeving, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd financieel beleid en belastingen van de gemeente (hierna ook: de gemeenteambtenaar) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de gemeenteambtenaar vernietigd, en verstaan dat enigerlei andere ambtenaar namens het College alsnog uitspraak zal doen op het bezwaarschrift met inachtneming van 's Hofs uitspraak. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 27 juni 2003 geconcludeerd tot vernietiging van 's Hofs uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Voor het Hof was in geschil of de uitspraak op het bezwaarschrift bevoegdelijk was gedaan en voorts of het bedrag van de legesheffing juist is. Het Hof heeft geoordeeld dat het in artikel 10:3, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde essentiële vormvoorschrift is geschonden en dat daarom de uitspraak van de gemeenteambtenaar niet in stand kan blijven.
3.2. Blijkens een tot de gedingstukken behorend besluit heeft het College met ingang van 1 april 1998 het Hoofd financieel beleid en belastingen van de gemeente aangewezen als de gemeenteambtenaar in de zin van artikel 231, lid 2, letter b, van de Gemeentewet. Nadien kwamen de bevoegdheden die de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) toekent aan "de inspecteur" niet meer toe aan het College, maar rechtstreeks aan dat hoofd. Tot die bevoegdheden behoren zowel de vaststelling van een aanslag (artikel 5 AWR) als het doen van uitspraak op een bezwaar tegen die aanslag (artikel 25 AWR). Nu het Hof tevens heeft vastgesteld dat het Hoofd financieel beleid en belastingen als zodanig de - met een aanslag gelijk te stellen - kennisgeving heeft ondertekend en uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift, is het bestreden besluit bevoegdelijk genomen. Het door het Hof vermelde artikel 10:3, lid 3, Awb, dat ziet op krachtens mandaat genomen besluiten, mist in dit verband betekenis. Het middel is gegrond. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven en verwijzing moet volgen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Na verwijzing zal door het Hof opnieuw worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2004.