Conclusie
1.Feiten
2 Omvang van de dekking
X70,5
X€ 39,55 = € 456.580,03
2.Het procesverloop
machineschadeverzekeringzijn gehouden tot vergoeding aan [verweerster] van de schadebedragen van € 453.500,-, € 200.000,- en € 25.013,37, onder aftrek van het eigen risico van € 100.000,-en een bedrag van € 7.800,- (verbeteringen [3] ), zodat een bedrag van € 570.710,37 resteert (rov. 2.5.5.). De vordering ad € 37.113,95 voor reparaties tijdens de zomerstop is afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat dit geen bereddingskosten zijn (rov. 2.5.3.), maar dat het hier gaat om voorlopige herstellingen die op grond van art. 8.6 van de machineschadeverzekering niet voor vergoeding in aanmerking komen (eindvonnis, rov. 2.5.4.).
bedrijfsschadeverzekeringheeft de rechtbank in het eindvonnis overwogen dat de bedragen van € 185.885,- (bedrijfsschade tijdens vervanging inductieoven), € 7.273,01 (overwerktoeslagen) en € 11.210,- (noodreparaties) moeten worden toegewezen onder aftrek van het eigen risico van € 200.755,80, zodat een bedrag van € 3.612,21 resteert (rov. 2.6.7.). Het gevorderde bedrag ad € 456.580,03 (stilstand vóór vervanging inductieoven) is afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen als volgt. Op grond van art. 4 van Pro de aanvullende voorwaarden van de bedrijfsschadeverzekering worden de netto winst en vaste kosten vergoed voor zover de opgetreden beschadiging is gedekt onder de machineschadeverzekering. Het gevorderde bedrag van € 456.580,03 betreft bedrijfsschade die uit de voorlopige herstellingen is voortgevloeid. Aangezien de kosten van een voorlopige herstelling op grond van art. 8.6 van de machineschadeverzekering niet zijn gedekt, is de rechtbank van oordeel dat de uit de voorlopige herstellingen voortgevloeide bedrijfsschade ad € 456.580,03 op grond van art. 4 van Pro de aanvullende voorwaarden van de bedrijfsschadeverzekering niet voor vergoeding in aanmerking komt (eindvonnis, rov. 2.6.1).
‘plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging aan de verzekerde zaak ontstaan door onverschillig welke oorzaak’als bedoeld in artikel 2.1, mede te worden beantwoord aan de hand van de uitsluiting in artikel 3.9. Laatstgenoemde bepaling houdt onder meer in dat wanneer corrosie (of enig ander geleidelijk bederf) is veroorzaakt door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak, dekking (gedeeltelijk) is uitgesloten. Naar het oordeel van het hof brengen de bewoordingen van voormelde bepalingen met zich dat artikel 2.1 beoogt dekking te bieden voor het spiegelbeeld van deze (uitgesloten) situatie, namelijk het geval dat de schade door iets anders is veroorzaakt dan door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. De bewoordingen ‘plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging’ moeten dan ook niet als een afzonderlijke voorwaarde voor dekking [te] worden gezien, maar vooral tegengesteld aan geleidelijke schade vanwege de gewone werking of normaal gebruik.
plotseling en onvoorzienvan artikel 2.1 zo uitgelegd dat het plotseling en onvoorzien zijn van de schade niet als een afzonderlijke voorwaarde voor dekking moeten worden gezien, nu deze bepaling beoogt dekking te bieden voor het spiegelbeeld van de in artikel 3.9 uitgesloten schade die
geleidelijkis ontstaan vanwege de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. Anders dan Delta Lloyd betoogt, staat het enkele gegeven dat ongewone werking of abnormaal gebruik van de verzekerde zaak ook kan leiden tot geleidelijke schade, niet aan deze uitleg in de weg.”
3.Uitleg verzekeringsvoorwaarden
De primaire omschrijving van de dekking
NJ2006, 326). Dat brengt ook de vrijheid mee om daarbij – op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van voormelde objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is – binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid te maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen.”
vervaltals niet aan specifieke voorwaarden is voldaan. Een garantieclausule ziet immers op een gebeurtenis die binnen de reikwijdte van de dekking valt en bepaalt dat de aanspraak van de verzekerde vervalt wanneer niet aan bepaalde (veiligheids-)voorwaarden is voldaan (hiervoor 3.5).
Uitleg omschrijving primaire dekking
‘BBR’) [20] en (waar het gaat om de verhouding tussen het pensioenfonds en een werknemer) een pensioenreglement. [21] Een relativering is hier overigens op haar plaats: tussen de ‘Haviltex-norm’ en de CAO-norm bestaat immers, zo heeft Uw Raad duidelijk gemaakt, een vloeiende overgang. [22] Verder is het voor de beoordeling van deze zaak met name van belang dát, en niet zozeer waarom, de uitleg van de polisvoorwaarden aan de hand van objectieve factoren dient te geschieden.
algemeen spraakgebruik;
specifieke setting;
samenstelvan polisvoorwaarden en de eventuele toelichting;
beoogde doelen de
functievan de verzekering.
contra proferentemvan belang. De uitleg
contra proferentemhoudt in dat een onduidelijkheid in de polisvoorwaarden ten nadele van de opsteller van de voorwaarden (doorgaans: de verzekeraar) wordt uitgelegd. Wanneer de verzekeringnemer geen consument is, gaat het om een gezichtspunt dat de feitenrechter in het kader van ‘Haviltex’ mag meewegen. De uitleg
contra preferentemis echter, zo zal hierna aan de orde komen (3.19), van meer betekenis, namelijk een rechtsregel, wanneer de verzekeringnemer wél een consument is. Wanneer de verzekeringnemer een consument is, verschilt de uitleg
contra proferentemom die reden van de hiervoor genoemde vier gezichtspunten. In de verhouding tussen de verzekeraar en de consument-verzekeringnemer is de rechter bij een onduidelijkheid in de voorwaarden in beginsel gehouden de uitleg
contra proferentemte volgen. Na de bespreking van de vier hiervoor genoemde gezichtspunten ga ik nader op de uitleg
contra proferentemin.
setting(bijvoorbeeld ter beurze) of in een bepaald vakgebied (bijvoorbeeld in de bouw, techniek of medische wereld) een specifieke van het normale spraakgebruik afwijkende betekenis of lading hebben. Wanneer de verzekering wordt afgesloten in een zodanige specifieke
settingof met betrekking tot een zodanig specifiek vakgebied, dan kan het begrip mede worden uitgelegd op de manier die aldaar gangbaar is. Dit volgt uit het arrest van Uw Raad Royal e.a./Polygram. [30] In die zaak lag de vraag voor hoe het begrip ‘accident’ in een Londense beurspolis dient te worden uitgelegd. Uw Raad overwoog in rov. 4.2:
contra proferentemheeft betrekking op het geval dat door de verzekeraar eenzijdig opgestelde polisvoorwaarden (ook in het licht van de hiervoor genoemde gezichtspunten) voor verschillende uitleg vatbaar zijn. De uitleg
contra proferentemheeft in zoverre een relatief beperkt toepassingsgebied: zij ziet niet op polisvoorwaarden die eenduidig zijn (uit te leggen). [43] Uw Raad oordeelde reeds in 1989 in het arrest Liszkay II [44] – en later in de arresten Brackel/Atlantische Unie van Verzekeringen [45] en Kroymans/Sun Alliance [46] – dat het, bij polisvoorwaarden die verschillend kunnen worden uitgelegd, voor de hand ligt dat de betrokken voorwaarde in het nadeel van de verzekeraar wordt uitgelegd. Uw Raad benadrukte in die uitspraken dat het hier niet gaat om een rechtsregel, maar om een algemeen gezichtspunt dat de feitenrechter bij de beoordeling naar gelang van de omstandigheden mag meewegen. Wanneer de verzekeringnemer een consument is, is de uitleg
contra proferenteminmiddels echter meer dan louter een gezichtspunt. Ingevolge de Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten [47] dienen de verzekeringsvoorwaarden steeds duidelijk en begrijpelijk te zijn geformuleerd (art. 3 jo Pro. 5 Richtlijn). Deze regel uit de Richtlijn is per 17 november 1999 [48] in de afdeling over algemene voorwaarden geïmplementeerd (art. 6:238 lid 2 BW Pro). In 2015 oordeelde Uw Raad dan ook – in lijn met de heersende leer in de doctrine [49] – dat bij twijfel over de betekenis van het beding de voor de verzekeringnemer meest gunstige uitleg prevaleert wanneer de verzekeringnemer de verzekeringsovereenkomst is aangegaan als consument. [50] De uitleg
contra proferentemis dus in de verhouding tussen een verzekeraar en een consument-verzekeringnemer aan te merken als een rechtsregel. De rechtvaardiging voor de uitleg
contra proferentemis dat degene die de dubbelzinnige tekst heeft opgesteld op de spreekwoordelijke blaren moet zitten. De opsteller van de voorwaarden had het immers in zijn macht om de bedingen scherper te formuleren en onduidelijkheden te voorkomen. [51]
4.Bespreking van de cassatieklachten
principaal cassatieberoepbestaat uit een inleiding (die geen zelfstandige klachten bevat), een beschrijving van de kern van de klachten (onderdeel 1), drie inhoudelijke onderdelen die uiteenvallen in respectievelijk zes, vijf en drie subonderdelen (onderdelen 2 tot en met 4) en een voortbouwende klacht (onderdeel 5). Ik begin met de bespreking van onderdelen 2 tot en met 4.
tweede onderdeelricht zich tegen de overweging in rov. 3.14.4. van het tussenarrest dat de bewoordingen van art. 2.1 en art. 3.9 van de voorwaarden van de machineschadeverzekering met zich brengen dat art. 2.1 dekking beoogt te bieden voor het spiegelbeeld van de in art. 3.9 uitgesloten situatie, namelijk het geval dat de schade door iets anders is veroorzaakt dan door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. Verder komt het onderdeel op tegen de overweging in (eveneens) rov. 3.14.4. van het tussenarrest dat de bewoordingen ‘plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging’ niet moeten worden gezien als afzonderlijke voorwaarde voor dekking, maar vooral als tegengesteld aan geleidelijke schade vanwege de gewone werking of het normale gebruik van de zaak.
Subonderdeel 2.5strekt ten betoge dat het hof met deze redenering eveneens zou hebben miskend dat het de verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen.
tweede onderdeeltreft op voornoemde gronden geen doel.
derde onderdeelkomt op tegen de overweging in rov. 3.14.4. dat de materiële beschadiging die bestaat uit corrosie die voortvloeit uit een ontwerp-fout van de machine, en daarmee uit een eigen gebrek van de verzekerde zaak, onder de dekking valt. Verder komt het onderdeel op tegen de overweging in rov. 3.14.4. dat het enkele gegeven dat de corrosie (en de als gevolg hiervan optredende lekkages) kennelijk geleidelijk is (zijn) ontstaan, niet eraan in de weg staat dat het voorval voldoet aan art. 2.1 van de machineschadeverzekering, nu met ‘plotseling’ niet bedoeld is ieder geleidelijk proces buiten de dekkingsomschrijving te brengen.
Subonderdeel 3.2wijst in dat verband op de stelling van Delta Lloyd bij memorie van grieven (randnummers 64 en 69) dat de corrosie moet worden beschouwd als inherent aan het gebruik van de verzekerde zaak, nu niet is gebleken dat [verweerster] de installatie op abnormale wijze zou gebruiken en de corrosie dus voortvloeit uit de gewone werking en het normale gebruik van de verzekerde installatie.
subonderdelen 3.1 en 3.2komt er aldus in de kern op neer (1) dat de onderhavige schade geleidelijk is ontstaan tijdens normaal gebruik van de (met een ontwerpfout behepte) machine en (2) dat dus sprake is van geleidelijke schade vanwege de gewone werking of normaal gebruik en (3) dat de schade daarom ook in de door het hof gegeven uitleg niet onder het bereik van de dekkingsomschrijving in art. 2.1 van de machineschadeverzekering valt.
tijdensnormaal gebruik van de installatie. Het gaat er echter om of de schade het
gevolgis van het normaal gebruik van de installatie. Het hof heeft overwogen dat partijen het erover eens zijn dat de beschadiging bestaat uit corrosie en onbestreden vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat deze corrosie (primair) voortkomt uit de ontwerpfout in de inductieoven (rov. 3.14.4.). Daaruit volgt dat geen sprake is van geleidelijke schade vanwege een gewone werking of normaal gebruik. Dit betekent dat de schade in de door het hof gekozen uitleg binnen de dekkingsomschrijving valt.
‘waaruit de ontwerpfout en het eigen gebrek zijn weggedacht’. Voor deze lezing is naar mijn mening geen aanknopingspunt te vinden in rov. 3.14.4. van het arrest. Integendeel, het in die overweging gegeven oordeel van het hof berust juist op de vaststelling dat de corrosie voortkomt uit een ontwerpfout. Subonderdeel 3.4 faalt dus bij gebrek aan feitelijke grondslag.
derde onderdeelslaagt derhalve evenmin.
vierde onderdeelkomt op tegen de overweging in rov. 3.14.4. van het tussenarrest dat, nu sprake is van corrosie door een eigen gebrek, ook geen beroep kan worden gedaan op corrosie als grond voor uitsluiting van dekking. Verder komt het onderdeel op tegen de overweging in rov. 3.14.4. dat, wanneer art. 2.1 de betekenis zou hebben die Delta Lloyd eraan toeschrijft, voor de hand had gelegen corrosie geheel uit te sluiten en niet slechts voor het geval deze is veroorzaakt door of het natuurlijke gevolg is van de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. Tot slot richt het onderdeel zich tegen de overweging in rov. 3.14.4. dat, nu tussen partijen vaststaat dat de corrosie (primair) voortkomt uit de ontwerpfout in de inductieoven en niet (enkel) uit de gewone werking of het normale gebruik, het beroep op de uitsluiting evenzeer wordt verworpen.
subonderdelen 4.1 en 4.3lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
condicio sine qua non-verband staat met het eigen gebrek. Volgens het subonderdeel zou die omstandigheid niet uitsluiten dat sprake is van schade veroorzaakt door, of als natuurlijk gevolg van, de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak.
Subonderdeel 4.3(eerste tekstblok) wijst in dat verband op de stelling in de memorie van grieven (randnummer 69) dat de onderhavige machine steeds normaal is gebruikt.
condicio sine qua non-verband staat tot de corrosie. Het hof heeft in rov. 3.14.4. overwogen dat partijen het erover eens zijn dat de materiële beschadiging van de verzekerde zaak in het onderhavige geval bestaat uit corrosie en dat deze corrosie (primair) voortvloeit uit een (van meet af aan bestaande) ontwerpfout in de machine. Deze overweging is door Delta Lloyd niet bestreden. Deze overweging kan de gevolgtrekking dragen dat de corrosie (primair) voortkomt uit de ontwerpfout in de inductieoven en niet (enkel) uit de gewone werking of het normaal gebruik van deze oven.
oorzaakvan de schade is gelegen in het normaal gebruik van de zaak. De stelling staat dus niet in de weg aan het oordeel dat hier geen sprake is van schade veroorzaakt door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. In dit verband verdient verder opmerking dat art. 2.1 van de machineschadeverzekering – naar het hof onbestreden heeft vastgesteld – bepaalt dat een eigen gebrek van de verzekerde zaak onder de dekking valt. Daarin ligt besloten dat een eigen gebrek ook in de machineschadeverzekering wordt aangemerkt als een aparte (van normaal gebruik van de verzekerde zaak te onderscheiden) oorzaak van een materiële beschadiging.
enkelde gewone werking of het normale gebruik van de zaak. Verder wordt bepleit dat een beschadiging veroorzaakt door of als natuurlijk gevolg van de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak per definitie ook het gevolg is van de eigenschappen van de verzekerde zaak. Die eigenschappen maken volgens Delta Lloyd immers dat bij de gewone werking of het normale gebruik op natuurlijke wijze corrosie ontstaat.
vierde onderdeeltreft dus geen doel.
eerste onderdeelbehelst een samenvatting van de in onderdelen 2, 3 en 4 uitgewerkte klachten. Het onderdeel omvat niet meer of andere klachten dan in onderdelen 2, 3 en 4 verwoord en faalt dus op de voornoemde gronden.
vijfde onderdeelbevat een voortbouwende klacht tegen rov. 2.3. van het eindarrest. Die overweging betreft de afwijzing van het verzoek van Delta Lloyd om terug te komen op de uitleg van art. 2.1 en 3.9 van de machineschadeverzekering. De klacht heeft geen zelfstandige betekenis en deelt het lot van de overige klachten.
incidenteel cassatieberoepbestaat uit één klacht. Het incidenteel cassatieberoep is ingesteld onder de voorwaarde dat het principale cassatieberoep slaagt. Naar mijn mening wordt aan die voorwaarde niet voldaan. Het incidenteel cassatieberoep zou dan geen behandeling behoeven. Hierna bespreek ik het incidenteel cassatieberoep daarom slechts beknopt.