Uitspraak
gevestigd te Hoogeveen,
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 januari 2015.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de vraag of een WAM-verzekeraar verhaal kan halen op een verzekerde die een aanrijding veroorzaakt heeft terwijl hij onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol was. De verzekeraar TVM had aan het slachtoffer een schadevergoeding betaald en wilde deze verhalen op de verzekerde, die volgens de polisvoorwaarden geen dekking geniet bij schade veroorzaakt met opzet of voorwaardelijk opzet.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af, omdat de polis geen expliciete alcoholclausule bevatte en het volgens het hof niet redelijk was te verwachten dat de verzekerde wist dat schade door rijden onder invloed was uitgesloten. De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof niet toereikend gemotiveerd is en dat het arrest van 13 januari 2006 niet zonder meer toepasbaar is, omdat daar een andere rechtsvraag speelde.
De Hoge Raad benadrukt dat bij de uitleg van de polisvoorwaarden rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van het geval en de bescherming van de consument volgens art. 6:238 lid 2 BW Pro. Het oordeel van het hof faalt omdat het niet ingaat op de concrete omstandigheden, zoals de gewoonte van de verzekerde om onder invloed te rijden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.