Conclusie
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft”en 2. “
een gewoonte maken van witwassen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden. Het hof heeft voorts de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Aangever Ik, [betrokkene 1] ,
Aangifte namens benadeelde
Aangever is werkzaam bij Corporate Security & Investigations (‘CSI’) van ING Bank N.V. (ING’), [a-straat 1] , [plaats] en als zodanig bevoegd om namens ING Bank N.V. dan wel één van haar bedrijfsonderdelen aangifte te doen van strafbare feiten. CSI is een afdeling die onderzoek doet naar interne/externe fraude.
Pleegadres, -datum Te: Nederland
Periode: 7 december 2009 t/m 2 mei 2011
Strafbare feitenIk doe aangifte ter zake vermoedelijke overtreding van:
Artikel 322 Sr Pro. Verduistering in dienstbetrekking
Verdachte Gepleegd door verdachte 1 :
Toelichting dienstbetrekking [verdachte]
is per 15-11-2002 opnieuw in dienst getreden bij ING en is per 30-06-2011 om dringende redenen uit dienst getreden (ontslag op staande voet). Gedurende de hele periode is hij werkzaam geweest als Senior Trader binnen de afdeling CB FMJC&P/GB&IRD/STIRDERIVATIV.
Aanleiding van het CSI onderzoek
Op 2 en 18 mei 2011 stuurde CME Group’ (‘CME’) aan ING brieven waarin zij spreekt over de handelsactiviteiten van [verdachte] op de beurs van Chicago. In deze brieven refereerde CME aan ‘problematic trading activity’ en verzocht ING om een interview met [verdachte] en later om informatie te verstrekken aan CME over dit issue.
Bevindingen
ING Financial Market management heeft ten behoeve van het interne onderzoek het trading book van [verdachte] geanalyseerd, hetgeen resulteerde in een lijst van dubieuze - in de zin van ongebruikelijke dan wel mogelijk frauduleuze transacties in verschillende optiemarkten, te weten in Chicago op de CBOT, in Londen op LIFFE en Frankfurt op de EUREX. Alle transacties die door experts van de afdeling financial Markets zijn geselecteerd als verdacht/frauduleus, kenmerken zich doordat zij vanuit het perspectief van ING economisch onlogisch zijn c.q. niet passen in een economisch logische strategie voor ING.
Strafbare feiten
Uit hoofde van zijn functie als Senior trader heeft [verdachte] op jaarbasis EUR 2 mln P&L target om te handelen in effecten voor rekening van TNO, teneinde per saldo opbrengsten te genereren (winsten) voor ING. Dit budget laat zien dat [verdachte] handelde met geheel aan ING toebehorende middelen.
eerste middelklaagt dat de onder 1 bewezen verklaarde verduistering niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen en dat het hof is afgeweken van een daaromtrent door de verdediging gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder daarop (naar behoren) te responderen.
eerste klachthoudt in dat uit ’s hofs vaststellingen niet kan volgen dat de verdachte aan ING toebehorend giraal geld (dat hij zich wederrechtelijk zou hebben toegeëigend) ‘anders dan door misdrijf
onder zich had’. In dit verband is volgens de steller van het middel in feitelijke aanleg aangevoerd dat de verdachte “
nooit heeft beschikt over (...) (giraal) geld dat toebehoorde aan ING om daarmee transacties te doen. [verdachte] had enkel het mandaat om financiële producten te handelen voor rekening en risico van de bank (..)." Bovendien wees de raadsman in feitelijke aanleg er volgens de steller van het middel op dat de verdachte
"voor het uitvoeren van zijn functie (…) ook geen (giraal) geld nodig[had]
, enkel toegang tot de beurzen (mandaat) om daarmee (optie)contracten te kunnen sluiten (...). Het kenmerk van een optiecontract is immers dat de (financiële) afwikkeling via de betreffende beurs eerst pas plaatsvindt nadat de transactie is gedaan." Ten slotte wijst de steller van het middel op het volgende door de verdediging in hoger beroep ingenomen standpunt, waarop het hof niet toereikend zou hebben gerespondeerd:
" [verdachte] heeft zich geen effecten van de ING toegeëigend om de simpele reden dat ING die effecten op het transactiemoment niet bezat. Die effecten waren eigendom van de beurs en die heeft [verdachte] gekocht van de beurs en later weer verkocht aan de beurs. Anders gezegd: er vonden geen rechtstreekse transacties tussen ING en IBUK plaats. ING handelt met de beurs en IBUK handelt met de beurs."
constructie van aan- en verkooporders met ING als tegenpartij”. De essentie is volgens het hof “
dat de verdachte door middel van privé beleggingstransacties die niet kenbaar waren voor zijn werkgever en die hij heeft verricht in strijd met de op hem van toepassing zijnde gedragsregels zich persoonlijk heeft verrijkt,” als resultaat waarvan “
de verdachte via de beurs op zijn IBUK-rekening gelden heeft verkregen ten laste van de ING.”
rechtstreekskon beschikken over giraal geld van zijn werkgever, bijvoorbeeld doordat hij door ING was gemachtigd om giraal geld elektronisch over te schrijven vanaf een bankrekening van ING. In dát, zich niet voordoende geval zou de verdachte inderdaad de mogelijkheid hebben gehad om giraal geld van ING rechtstreeks over te schrijven naar een bankrekening die de verdachte zelf in economisch eigendom toekwam. Het bedrag van ‘twee miljoen euro’ waarvan de bewijsmiddelen reppen, betrof (inderdaad)
nietzo’n bedrag aan giraal geld waarmee de verdachte door zijn werkgever geacht werd het zijne te doen. Dat bedrag betrof (slechts) een ‘profit and loss
target’.
automatischdaarmee corresponderend giraal betalingsverkeer op gang, waarbij winsten en verliezen werden verrekend.
deze effecten‘onder zich had’, etc., doen telkens niet ter zake. Die vragen neigen tot versluiering van de essentie.
onder zich had’?
one giant leap for mankind” om in rechte aan te nemen dat in casu het girale geld van ING aan de verdachte was toevertrouwd, zulks doordat hij door zijn werkgever was gemandateerd om te handelen in effecten, als gevolg waarvan automatisch en voor rekening van de werkgever giraal betalingsverkeer op gang kwam dat correspondeerde met de resultaten van de door hem verrichte effectenhandel.
tweede klachthoudt in dat uit ’s hofs overwegingen niet volgt dat de verdachte zich de gelden heeft ‘toegeëigend’. “
ING heeft deze gelden verloren door het aangaan van de onderhavige transacties waardoor de onderhavige gelden aan requirant zijn gaan toebehoren,” aldus de steller van het middel.
derde en laatste klacht(van het eerste middel) komt op tegen het oordeel dat de toe-eigening van de in de bewezenverklaring genoemde bedragen ‘wederrechtelijk’ heeft plaatsgehad.
zonder daartoe gerechtigd te zijn, is allerminst onbegrijpelijk en getuigt ook niet van een onjuiste rechtsopvatting.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 2 onvoldoende met redenen is omkleed nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet of onvoldoende blijkt dat de verdachte de opbrengsten uit eigen misdrijf aan het zicht van de ING en van politie en justitie heeft onttrokken, en dat het hof is afgeweken van een daaromtrent door de verdediging gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder daarop te responderen.
zich kan voorstellen”, zijn herkenbaarheid enigszins te verminderen. Hoewel het hof daarop niet met zoveel woorden wijst in de hiervoor weergegeven verwerping van het bedoelde verweer, acht ik het kennelijk oordeel van het hof dat ook het overboeken van de geldbedragen naar de eigen bankrekening kan worden aangemerkt als een gedraging gericht op een daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen, mede in het licht van die verklaring, niet onbegrijpelijk. Het oordeel van het hof dat het bewezen verklaarde ten aanzien van die overgeboekte geldbedragen als witwassen kan worden gekwalificeerd, is daarom aldus eveneens toereikend gemotiveerd.
derde middelklaagt over de strafmotivering.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte zoals naar voren gebracht door de verdediging.
Het middelklaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij en de verwijzing door het hof van de benadeelde partij naar de burgerlijke rechter.
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 392.280. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 354.509. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.