ECLI:NL:HR:2012:BQ9251
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Virtuele objecten in online spel Runescape kwalificeren als 'goed' voor diefstal
In deze zaak stond centraal of virtuele objecten in het online spel Runescape, zoals een amulet en een masker, kunnen worden beschouwd als 'goederen' in de zin van artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht en daarmee vatbaar voor diefstal. Verdachte en een medeverdachte hadden het slachtoffer met geweld en bedreiging gedwongen zijn virtuele bezittingen over te dragen, waarna zij deze overzetten naar hun eigen accounts.
De Hoge Raad bevestigde dat de virtuele aard van deze objecten niet uitsluit dat zij als goederen kunnen worden aangemerkt. Het hof had vastgesteld dat het slachtoffer feitelijke en exclusieve heerschappij over deze objecten had binnen het spel en dat deze bezittingen voor alle betrokken partijen een reële waarde hadden. Ook werd benadrukt dat de spelregels van Runescape niet voorzien in de wijze van onttrekking die verdachte en medeverdachte toepasten, waardoor het handelen buiten de context van het spel viel.
De verdediging voerde aan dat het om gegevens ging en dat het wegnemen van virtuele goederen juist een doel van het spel was, maar deze argumenten werden verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat in grensgevallen de kwalificatie afhangt van de omstandigheden en dat het hof terecht had geoordeeld dat sprake was van diefstal. Wel werd de opgelegde werkstraf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Deze uitspraak bevestigt dat digitale en virtuele objecten onder bepaalde omstandigheden kunnen worden beschermd als goederen onder het strafrecht, wat een belangrijke ontwikkeling is in de juridische benadering van digitale eigendommen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld voor diefstal van virtuele goederen met geweld, waarbij de opgelegde werkstraf is verminderd wegens termijnoverschrijding.