Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het bewijs dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit (in de zaak met parketnummer 15/703394-13) heeft begaan uitsluitend heeft aangenomen op de verklaring van één getuige, althans dat 's hofs oordeel dat de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal onjuist en/of niet zonder meer begrijpelijk is.
tweede middelhoudt in dat het hof de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten onrechte heeft toegewezen respectievelijk heeft opgelegd tot een bedrag van € 862,13 wegens kosten voor rechtsbijstand.
derde middelklaagt dat het hof de vordering van [betrokkene 2] voor wat betreft de post immateriële schade ten onrechte heeft toegewezen, althans dat het hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het verweer strekkende tot matiging van de omvang van de post immateriële schade.
vierde middelklaagt dat het hof niet heeft gemotiveerd waarom het de verdachte voor wat betreft de vordering van [betrokkene 2] hoofdelijk aansprakelijk houdt tot een bedrag van € 3.068,45 en niet tot een hoger/lager bedrag.