ECLI:NL:HR:2012:BX4442
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vergoeding kosten rechtsbijstand en redelijke termijn in strafzaak
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over twee hoofdpunten: de vergoeding van kosten voor rechtsbijstand aan de benadeelde partij en de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De benadeelde partij had een schadevergoeding en kosten voor rechtsbijstand gevorderd. Het hof kende een vergoeding toe op basis van het liquidatietarief voor rechtbanken en gerechtshoven, hoger dan het tarief voor kantonzaken dat de rechtbank had gehanteerd.
De Hoge Raad bevestigt dat kosten voor rechtsbijstand als proceskosten worden beschouwd en dat de rechter in hoger beroep vrij is om een hoger bedrag toe te kennen dan in eerste aanleg. De motiveringsplicht van de rechter strekt zich niet uit tot de beslissing over de hoogte van deze kostenvergoeding.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak pas na meer dan twee jaar volgde. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en vermindert deze conform de redelijke termijn. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf wordt verminderd tot elf maanden en een week, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens overschrijding van de redelijke termijn; de kosten voor rechtsbijstand worden toegekend conform het liquidatietarief.