Conclusie
4.Het namens de verdachte ingediende middel
€ 1.535,09 (duizend vijfhonderdvijfendertig euro en negen cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.535,09 (duizend vijfhonderdvijfendertig euro en negen cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
13.Het namens de benadeelde partij voorgestelde middel
kanachten het “liquidatietarief kantonzaken” toe te passen dan wel in voorkomende gevallen de proceskosten te berekenen aan de hand van het “liquidatietarief rechtbank of hof”. De rechter
kanevenwel ook afwijken van het liquidatietarief, indien hij de werkelijke kosten wenst te vergoeden. In dergelijke gevallen geldt een (nadere) motiveringsverplichting. [8] Zoals hiervoor onder 6 weergegeven, heeft het hof geoordeeld dat hij het redelijk heeft geacht om, in navolging van de politierechter, op grond van het liquidatietarief (kennelijk) € 200,- als kosten van rechtsbijstand toe te wijzen. Dat is niet onjuist, noch onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd, gelet op de hiervoor vermelde uitspraak van 11 april 2017.