ECLI:NL:PHR:2016:401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inbeslagneming advocatendocumenten ondanks verschoningsrecht
In deze zaak betrof het een klaagschrift van een advocate tegen de inbeslagneming van documenten op haar kantoor in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen, valsheid in geschrifte en overtreding van de Wet op de Kansspelen. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de inbeslaggenomen stukken corpora et instrumenta delicti waren en het belang van strafvordering zwaarder woog dan het verschoningsrecht van de advocate.
De advocate stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij geen kennis mocht nemen van de stukken en dat de motivering van het oordeel over de aard van de stukken onvoldoende was. De Hoge Raad overwoog dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat zij uit de aard der zaak geen kennis mocht nemen van de stukken, maar dat dit niet tot cassatie leidde omdat de rechtbank zich had gebaseerd op voldoende aanduidingen van de stukken.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat het oordeel dat stukken corpora of instrumenta delicti zijn, ruim moet worden uitgelegd en dat de motivering voldoende feitelijk onderbouwd moet zijn. De rechtbank had echter onvoldoende gespecificeerd welke stukken als corpora of instrumenta werden aangemerkt, waardoor het middel deels slaagde.
De Hoge Raad wees erop dat in het onderhavige grootschalige onderzoek "Rykiel" zeer uitzonderlijke omstandigheden bestaan die de doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen. Gelet op de samenhang met andere zaken en het ontbreken van relevante bijzondere omstandigheden, concludeerde de Hoge Raad dat de advocate geen rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van de bestreden beschikking. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt rechtmatigheid inbeslagneming ondanks verschoningsrecht.