Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in het onderhavige gevalkan worden volstaan met de constatering in rechte dat na ontvangst van het deskundigenbericht op 11 april 2013 niet tijdig is beslist (rov. 5.5).
victim’) van schending van een in het EVRM beschermd recht,
“but there can be no question of ‘compensation’ where there is no pecuniary or non-pecuniary damage to compensate” [9] . Het EHRM overwoog in die zaak dat de afwezigheid van de griffier voor klager enige frustratie kan hebben opgeleverd, maar niet in die mate dat toekenning van een schadevergoeding gerechtvaardigd was:
NJ 1991, 625, par. 41).(…)”
impactvan het uitblijven van een rechterlijke beslissing groter zijn. De Hoge Raad heeft hieromtrent overwogen: