Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en maakte bezwaar tegen de overschrijding van de wettelijke beslistermijn van vier weken voor de machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank had de machtiging verleend, maar met een vertraging van 17 dagen na ontvangst van het deskundigenbericht. Verzoeker vorderde een schadevergoeding wegens deze overschrijding.
De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de rechtbank binnen vier weken na ontvangst van het deskundigenbericht moest beslissen. Het hof bevestigde dat de rechtbank de termijn niet had gehaald, maar oordeelde dat verzoeker onvoldoende schade had aangetoond om een vergoeding toe te kennen. De overschrijding betrof slechts één keer een termijn van 17 dagen en het voortgezet verblijf was uiteindelijk gerechtvaardigd en verlengd.
Het hof concludeerde dat de enkele overschrijding van de beslistermijn geen recht geeft op immateriële schadevergoeding, zeker niet zonder concrete schade. Het verzoek tot vergoeding werd daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank Zutphen van 30 mei 2013 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding bij machtiging voortgezet verblijf wordt afgewezen.