ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke sociale zekerheidsprocedure
Betrokkene heeft een bestuursrechtelijke procedure doorlopen in drie instanties (bezwaar, beroep en hoger beroep) met betrekking tot een WAO-uitkering. De totale duur van de procedure bedroeg ruim zes jaar, waarbij de redelijke termijn van vier jaar en twee maanden werd overschreden. De Raad beoordeelde per instantie of de duur gerechtvaardigd was en concludeerde dat alleen de behandeling bij de Raad te lang heeft geduurd.
De Raad hanteert een standaard van € 500 per half jaar of deel daarvan dat de redelijke termijn wordt overschreden. Gezien de overschrijding van ruim twee jaar en een maand, werd een schadevergoeding van € 2.500 toegekend. De Raad weegt hierbij mee dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een hogere vergoeding rechtvaardigen.
De Staat wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van € 483 voor de rechtsbijstand van betrokkene. De uitspraak benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van nationale instanties bij het bepalen van een passende vergoeding binnen het Nederlandse rechtssysteem, ook in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.