Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, het verzoek om de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen te horen heeft afgewezen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof aan het tot het bewijs gebezigde proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] een wezenlijk andere betekenis heeft gegeven dan de verbalisant daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven. Door denaturering van zijn verklaring is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed, aldus de steller van het middel.
derde middelbehelst de klacht dat het hof de strafoplegging gelet op art. 359, zesde lid, Sv niet zonder meer begrijpelijk heeft gemotiveerd.