ECLI:NL:HR:2011:BO1585
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens nietigheid en onjuiste maatstaf bij getuigenverzoeken
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verzoeken tot het horen van meerdere getuigen, waaronder runners en informanten, werden afgewezen. De verdediging stelde dat het hof onjuist had getoetst aan het noodzakelijkheidscriterium in plaats van het criterium van het verdedigingsbelang zoals voorgeschreven in de wet.
De Hoge Raad constateerde dat het hof had verzuimd te beslissen op het verzoek om drie getuigen te horen, hetgeen nietigheid tot gevolg heeft op grond van artikel 330 juncto Pro artikel 415 Sv Pro. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het noodzakelijkheidscriterium hanteerde bij de afwijzing van het verzoek om runners en informanten als getuigen te horen, terwijl het criterium van het verdedigingsbelang van toepassing is volgens artikel 288 lid 1 Sv Pro in samenhang met artikel 418 lid 1 Sv Pro.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoefden geen bespreking. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 11 januari 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid en onjuiste maatstaf bij getuigenverzoeken, met verwijzing naar een ander hof voor hernieuwde berechting.