ECLI:NL:HR:2026:907
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op vermindering box 3-heffing voor niet-tijdig bezwaarde belastingplichtige
Belanghebbende had voor de jaren 2017 tot en met 2020 aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen gebaseerd op een forfaitair rendement in box 3, terwijl zijn werkelijke rendement lager was. Hij maakte geen tijdig bezwaar binnen de wettelijke termijn. Na het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, waarin werd geoordeeld dat het forfaitaire stelsel in strijd is met het EVRM, verzocht belanghebbende om ambtshalve vermindering van de aanslagen.
De Rechtbank Den Haag wees deze verzoeken af omdat ze te laat waren ingediend en de bezwaartermijn niet verschoonbaar was. Tevens oordeelde de Rechtbank dat het arrest van 24 december 2021 nieuwe jurisprudentie vormt, waardoor ambtshalve vermindering niet mogelijk is voor onherroepelijke aanslagen, conform artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Belanghebbende voerde diverse bezwaren aan, waaronder strijd met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. De Rechtbank verwierp deze bezwaren. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en overweegt dat de bezwaar- en beroepstermijn van zes weken een redelijke termijn is, dat het arrest van 24 december 2021 nieuwe jurisprudentie is, en dat de uitzondering in artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling aan het evenredigheidsbeginsel voldoet.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond, waardoor de aanslagen niet worden verminderd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden niet verminderd.