Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de waardering van vijf verhuurde woningen met huurbescherming in de inkomstenbelasting 2010. De woningen werden gewaardeerd volgens de Wet WOZ, gecorrigeerd met een leegwaarderatio uit het Uitvoeringsbesluit IB 2001. Belanghebbende stelde dat deze regeling onredelijk was en tot een onacceptabele bijbetaling leidde.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de wet correct had toegepast en dat de rechter niet de billijkheid van de wet mocht toetsen. De Hoge Raad stelt echter dat de forfaitaire leegwaarderatio buiten toepassing moet blijven indien deze leidt tot een waardering die in betekenende mate (10% of meer) afwijkt van de werkelijke waarde in verhuurde staat op de WOZ-waardepeildatum. Belanghebbende moet dit aannemelijk maken bij gemotiveerde betwisting.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof Den Haag voor nadere beoordeling van de werkelijke waarde van de verhuurde woningen en de gevolgen daarvan voor de belastingheffing. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.