Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Partnership Agreement(hierna: het
partnershipof de
agreement) gesloten. In de
agreementis onder meer het volgende vermeld:
partnershipen daartoe het formulier “Notification of change in Partner” ingevuld en ingezonden. De autoriteiten van Hong Kong hebben daarop bij brief van 21 februari 2013 bericht dat de “Notification of change in Partner” niet wordt geaccepteerd. [naam 2] heeft de autoriteiten van Hong Kong daarop bij brief van 12 maart 2013 bericht dat het
partnershipgeen doorgang vindt en dat [bedrijf 7] een eenmanszaak blijft.
3.4 Verwevenheid [ [bedrijf 7] ], [belanghebbende], [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ]
V: Hoe werkt het dan met de gelden?
Inleiding
Gelieerdheid [belanghebbende] B.V, en [bedrijf 7]
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
at arm’s length-prijs die door [bedrijf 7] aan belanghebbende is voldaan, ervan uitgaande dat zij onafhankelijke derden van elkaar zijn. Zoals het hof hierna zal oordelen (zie 4.7.4 tot en met 4.7.4.7) zijn belanghebbende en [bedrijf 7] echter geen onafhankelijke derden. Het hof is van oordeel dat de aan [bedrijf 7] toegerekende winst is opgekomen in Hong Kong.
Partnership Agreementhebben gesloten (zie 2.9). Uit deze
agreementvolgt dat [naam 1] en [naam 2] al sinds 1994 samenwerkten op het gebied van handel in onderdelen van voertuigen, dat zij hun samenwerking in 2012 wilden intensiveren en dat [naam 1] zich toen in [bedrijf 7] mocht inkopen als gelijkwaardige partner van [naam 2] voor een bedrag van $ 25.000. Het hof acht daarom aannemelijk dat er al sinds 1994 verwevenheid was tussen [naam 2] en [naam 1] . Gelet op de kennis en klantenkring van [naam 2] (zie 4.7.4.3) en de daaraan toe te rekenen winsten acht het hof het volstrekt niet zakelijk dat [naam 1] zich voor een bedrag van slechts $ 25.000 mocht inkopen in de zeer lucratieve onderneming van [naam 2] .
at arm’s lengthzaken met elkaar doen, acht het hof dus niet aannemelijk. Het rapport [accountant] (zie 2.27), waarin is onderzocht of de transacties tussen belanghebbende met [bedrijf 7] tegen onzakelijke prijzen zijn geschied, kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit rapport gaat immers uit van de – onjuiste - veronderstelling dat belanghebbende en [bedrijf 7] onafhankelijke derden zijn.
once in a lifetimetransactie was en dat die niet, althans niet volledig, aan [bedrijf 7] en dus ook in zoverre niet aan belanghebbende mag worden toegerekend. Immers, [bedrijf 7] en [naam 11] zijn overeengekomen dat de facturering, betaling en levering rechtstreeks tussen [bedrijf 7] en [naam 13] (de uiteindelijke afnemer) dienden te geschieden. In die factuur en betaling is volgens belanghebbende echter het winstdeel van [naam 11] begrepen. Daarom heeft [bedrijf 7] , na ontvangst van de betaling van [naam 13] , het winstdeel van [naam 11] van in totaal € 1.299.844 aan [naam 11] voldaan. Dit bedrag dient daarom volgens belanghebbende te worden geëlimineerd bij de berekening van de brutowinstmarge van [bedrijf 7] die aan belanghebbende moet worden toegerekend. Ten derde stelt belanghebbende dat de inspecteur een aantal fouten heeft gemaakt in zijn berekening van de brutowinstmarge. Belanghebbende heeft in hoger beroep facturen betreffende de 107 transacties (zie 4.7.4.3) overgelegd. Belanghebbende concludeert primair dat de brutowinstmarge 69 procent bedraagt en ((nog) meer) subsidiair dat deze 76, 83 of 215 procent bedraagt.
once in a lifetimetransactie betreft. Derhalve is het niet redelijk om de [naam 11] -transactie in de berekening van de brutowinstmarge mee te nemen. Tussen partijen is niet in geschil dat het brutowinstpercentage na eliminatie van de [naam 11] -transactie 83 procent is.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van de beslissingen over het griffierecht en de immateriële schade;
- verklaart het tegen de uitspraken op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2005 naar een belastbaar bedrag van € 146.781;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2006 naar een belastbaar bedrag van € 54.512;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2007 naar een belastbaar bedrag van € 132.364;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2008 naar een belastbaar bedrag van € 288.851;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2009 naar een belastbaar bedrag van € 236.631;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2010 naar een belastbaar bedrag van € 107.082;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2011 naar een belastbaar bedrag van € 573.561;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2012 naar een belastbaar bedrag van € 529.660;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2013 naar een belastbaar bedrag van € 313.074;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2014 naar een belastbaar bedrag van € 108.818;
- vermindert de navorderingsaanslag VPB 2015 naar een belastbaar bedrag van € 140.410;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente en belastingrente evenredig;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 1.000;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 541 vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het bezwaar van € 2.911,50;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij de rechtbank en het hof van € 11.224,13.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).