ECLI:NL:HR:2004:AR7741
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod en motiveringsklachten in loonbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 1987 tot en met 1989, inclusief een verhoging van 100%. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het hof vernietigde deze en beperkte de aanslag tot enkelvoudige belasting zonder verhoging.
In cassatie betoogde belanghebbende onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afzag van het horen van een getuige en dat het hof geen gelegenheid had geboden tot tegenbewijs bij vermoedens van 'fake'-facturen. De Hoge Raad overwoog dat partijen bewijs tijdig moeten aanbieden en dat de rechter niet verplicht is tussentijds een oordeel over bewijs te geven.
Het hof had terecht afgezien van het horen van getuigen nadat belanghebbende geen bewijsaanbod meer deed. Ook was het hof niet gehouden een voorlopig oordeel te geven over het bewijs van de Inspecteur. Het hof had bovendien op basis van een Belgisch strafvonnis mogen aannemen dat er sprake was van 'fake'-facturen.
De Hoge Raad verwierp de klachten en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd.