Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
subsidiair
hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 juni 2020 te Weert openlijk, te weten aan de Kloosterstraat en/of [adres 2] in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd
NJ1998/782). In dat licht is van belang of er onder het tenlastegelegde bestanddeel een veelheid van feitelijke gedragingen van uiteenlopend karakter kunnen worden gebracht. Tevens komt betekenis toe aan de aard van het tenlastegelegde bestanddeel in samenhang bezien met het tenlastegelegde delict. Indien en voor zover er sprake is van een wezenlijk bestanddeel, noopt tenlastelegging van een dergelijk bestanddeel tot nadere verfeitelijking afhankelijk van de mate van wezenlijkheid daarvan.
NJ2004/144; HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5755,
NJ2006/449 en HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1328). Het dient daarbij te gaan om een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht aan het openlijk in vereniging gepleegde geweld (HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3029). Voor een significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld is echter niet vereist dat de deelnemers gelijktijdig aan het geweld zijn begonnen (vgl. HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). Daarbij heeft te gelden dat de enkele omstandigheid dat de dader de groep getalsmatig versterkt ‘niet zonder meer’ een voldoende significante of wezenlijke bijdrage oplevert. Dat geldt eveneens voor het enkele niet-distantiëren (vgl. HR 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1819,
NJ2011/519 en HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1328). Het is niet vereist dat de dader zelf geweld pleegt of daaraan fysiek deelneemt. Van een significante en wezenlijke bijdrage kan eveneens sprake zijn wanneer verdachte, zonder aan de geweldpleging deel te nemen, die geweldpleging heeft ‘bevorderd en wellicht zelfs uitgelokt’ (HR 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0132,
NJ2011/174).
subsidiairhij omstreeks 14 juni 2020 te Weert [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met kracht tegen zijn hoofd en zijn lichaam, te slaan en te schoppen.
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 52-53), voor zover als inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer] :
het hof begrijpt: op zondag 14 juni 2020), hoorde ik dat mijn overbuurman een woordenwisseling had voor mijn woning op straat. Ik hoorde glasgerinkel en een paar doffe klappen.
het hof begrijpt: [benadeelde 2]) inderdaad op straat stond. Ik ben de straat opgelopen en wilde vervolgens weer teruglopen naar mijn voordeur. Toen ik de straat in keek zag ik dat er 2 mannen bij een Audi stonden die op de weg geparkeerd stond. Ik stond op dit moment midden op de weg. Ik zag dat een van de mannen op mij afgelopen kwam. Vervolgens sloeg deze man mij op mijn hoofd.
2. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 117-118), voor zover als inhoudende de verklaring van [getuige 1] :
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer]) op [adres 2] .
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer]) naar buiten lopen door de voordeur. Ik hoorde dat hij met de overbuurman [benadeelde 2] (
het hof begrijpt: [benadeelde 2]) aan het praten was. Ik heb niet gehoord waarover. Ik ben vervolgens weer naar binnen gelopen. Ineens zag ik dat [benadeelde 1] , de vrouw van [slachtoffer] naar buiten rende. Ik ben ook naar buiten gelopen en zag dat mijn broer [slachtoffer] op de grond lag.
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 119-120), voor zover als inhoudende de verklaring van [getuige 1] :
het hof begrijpt: in de nacht van 13 op 14 juni 2020) bij mijn broer [slachtoffer] (
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer]).
4. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 juni 2020 (dossierpagina’s 127-128), voor zover als inhoudende de verklaring van [getuige 2] :
5. Een opname van beeld als bedoeld in artikel 567 van Pro het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina 144), aangeduid in het proces-verbaal van bevindingen d.d. als ‘foto 1: overzichtsfoto [verdachte] ’:
6. Een proces-verbaal van verhoor verdachte (dossierpagina’s 204-209), voor zover als inhoudende de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte (dossierpagina’s 104-106), voor zover als inhoudende de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :
het hof begrijpt: in de nacht van 13 0- 14 juni 2020). (…) We zaten bij [medeverdachte 2] (
het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] , welke woonachtig is aan [adres 4]) binnen.
het hof begrijpt: medeverdachte [verdachte]).
mishandeling.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
87 (zevenentachtig) dagen;
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een vest en zwarte schoenen van het merk Nike, type Max;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 2.477,43 (tweeduizend vierhonderdzevenenzeventig euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 977,43 (negenhonderdzevenenzeventig euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2020 tot aan de dag der voldoening;
€ 282,33 (tweehonderdtwee-ëntachtig euro en drieëndertig cent) aan materiële schadeaf;