ECLI:NL:HR:2011:BT1819
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over uitleg 'in vereniging' bij openlijke geweldpleging
De zaak betreft een jeugdige verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een slachtoffer op 22 juni 2008 in Pijnacker. Het hof had geoordeeld dat de verdachte een voldoende significante bijdrage had geleverd aan het geweld door zich opnieuw te voegen bij de groep die het slachtoffer aanviel en zich niet te distantiëren van de nieuwe vechtpartij.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie en stelt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de uitdrukking 'in vereniging' zoals bedoeld in art. 141 Sr Pro. Volgens de Hoge Raad is aanwezigheid in een groep die geweld pleegt niet automatisch voldoende; de bijdrage moet een wezenlijke of significante zijn, maar hoeft niet zelf gewelddadig te zijn.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het betrekking heeft op het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.