ECLI:NL:HR:2003:AL6209
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk geweld met eieren tegen Amerikaanse ambassade
Op 2 september 2000 nam verdachte deel aan een demonstratie bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag waarbij met eieren en andere voorwerpen werd gegooid tegen het gebouw. Het Hof verklaarde bewezen dat verdachte openlijk in vereniging geweld had gepleegd door mee te doen aan deze actie. De verdachte betwistte dat hij zelf geweld had gepleegd en stelde dat zijn aanwezigheid in de groep niet voldoende was voor strafbaarheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het gooien met eieren tegen de ambassade wel degelijk onder het begrip geweld in artikel 141 Sr Pro valt. Echter, de uitleg van het Hof dat de verdachte door zijn aanwezigheid en het niet distantiëren van de groep automatisch deelnemer was aan het in vereniging plegen van geweld was te ruim. Volgens de wetsgeschiedenis vereist 'in vereniging' een voldoende wezenlijke bijdrage aan het geweld, die niet alleen uit aanwezigheid kan bestaan.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd benadrukt dat niet elke deelnemer aan een demonstratie die uit de hand loopt, zonder meer strafrechtelijk kan worden aangesproken voor openlijk geweld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de bewezenverklaring en strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.