ECLI:NL:HR:2003:AF0690
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergoeding kosten tuchtprocedure als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid
Eiser heeft de notaris en de maatschap gedagvaard wegens onrechtmatig handelen en vorderde onder meer vergoeding van schade, waaronder de kosten van een tuchtprocedure tegen de notaris. De rechtbank wees de vordering af, omdat kosten van een tuchtprocedure volgens haar geen redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid zijn. Het hof bekrachtigde dit oordeel en wees het hoger beroep van eiser af.
Eiser stelde in cassatie dat de kosten van de tuchtprocedure wel degelijk als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid moeten worden beschouwd. De Hoge Raad overwoog dat het tuchtrecht primair is gericht op het bevorderen van een goede beroepsuitoefening en niet op het bieden van civielrechtelijke genoegdoening aan klagers. De maatstaven en bewijsregels in tuchtprocedures verschillen van die in civiele procedures, waardoor een tuchtprocedure niet kan worden gezien als een redelijke maatregel ter vaststelling van aansprakelijkheid.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank en het hof terecht de kosten van de tuchtprocedure niet als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid hebben aangemerkt. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van de notaris en de maatschap op nihil werden begroot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat kosten van een tuchtprocedure niet als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid kunnen worden beschouwd.