ECLI:NL:CRVB:2018:2975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en rechtmatigheid vermogensonderzoek
Appellanten ontvingen bijstand volgens de WWB, maar het college trok deze bijstand in vanwege het niet melden van onroerend goed in Turkije. Een onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude-informatie en het Bureau Attaché Sociale Zaken bracht aan het licht dat appellante eigenaar was van appartementen die niet waren opgegeven.
Appellanten voerden aan dat het onderzoek onrechtmatig was en dat hun privacy werd geschonden, onder meer door het gebruik van het TC Kimliknummer en het huisbezoek door een medewerker van het Bureau Attaché. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek proportioneel en subsidiar was en dat het gebruik van het TC Kimliknummer niet in strijd was met de toen geldende Wet bescherming persoonsgegevens. Ook werd geoordeeld dat het bestuursorgaan niet verplicht was alle stukken van derden te overleggen.
De Raad stelde vast dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door het bezit van appartement 1 niet te melden en onvoldoende informatie te verstrekken over de waarde en opbrengst van het appartement. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was intrekking en terugvordering gerechtvaardigd. De opgelegde boete werd als evenredig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en oplegging van boete worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en rechtmatig vermogensonderzoek.