ECLI:NL:CRVB:2015:4875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet opleggen loonsanctie door UWV
Appellante, een ziekenverzorgende, meldde zich ziek per 3 september 2007 en re-integreerde begin 2009 bij haar toenmalige werkgeefster. Na afwijzing van een WIA-uitkering werd zij per 3 september 2009 WW-gerechtigd en trad zij in januari 2010 bij een andere werkgever in dienst. De arbeidsovereenkomst met de eerste werkgeefster werd in december 2010 ontbonden met vergoeding.
Appellante verzocht het UWV om schadevergoeding wegens het niet opleggen van een loonsanctie aan haar eerste werkgeefster wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV wees dit af omdat, uitgaande van 70% loondoorbetaling, er geen schade was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd verwezen naar vaste rechtspraak dat schadevergoeding beperkt blijft tot 70% van het loon.
In hoger beroep stelde appellante dat zij volgens de CAO aanspraak had op 100% loon, waardoor een hogere schadevergoeding gerechtvaardigd zou zijn. De Raad oordeelde echter dat appellante na 104 weken ziekte minder dan 35% arbeidsongeschikt was en niet meer bij haar eerste werkgeefster werkte, waardoor geen aanspraak op 100% loon bestond. De Raad bevestigde dat het verzoek om schadevergoeding terecht werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV onrechtmatig handelde door geen loonsanctie op te leggen, maar dat de schadevergoeding beperkt is tot de werkelijk geleden schade, die in dit geval nihil was. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens het niet opleggen van een loonsanctie door het UWV wordt afgewezen.