ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht in loonsanctiezaak WIA
In deze zaak staat centraal of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, zoals bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, waardoor het UWV de loonsanctie terecht heeft herroepen. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen de loonsanctie die het UWV ambtshalve had opgelegd wegens het ontbreken van een compleet re-integratieverslag.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De werknemer, appellant, stelde dat de werkgever niet serieus aan re-integratie had gewerkt en dat de inspanningen slechts formaliteiten waren, met als doel een arbeidsconflict en beëindiging van de dienstbetrekking. Het UWV en de rechtbank oordeelden echter dat de werkgever wel degelijk redelijke re-integratie-inspanningen had verricht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit de stukken blijkt dat de werkgever gesprekken heeft gevoerd, een plan van aanpak heeft opgesteld en pogingen heeft gedaan tot werkhervatting, ondanks de tegenwerking van appellant. De stelling van appellant dat de werkgever niet serieus was, wordt niet ondersteund door concrete feiten. Ook het verwijt dat de werkgever niet wilde meewerken aan mediation wordt verworpen. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft afgezien van het opleggen van een loonsanctie.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken op 12 augustus 2009 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft afgezien van het opleggen van een loonsanctie aan de werkgever wegens voldoende re-integratie-inspanningen.