ECLI:NL:RVS:2023:96
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding mijnbouwschade woning na deskundigenonderzoek
Appellant verzocht om schadevergoeding voor mijnbouwschade aan zijn woning, welke door de minister werd afgewezen en deels toegekend. Na beroep bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd het onderzoek heropend en de STAB als deskundige benoemd.
De STAB onderzocht de aard en oorzaken van diverse schades aan de woning, waaronder funderingsproblemen, scheurvorming en lekkende beglazing. De STAB concludeerde dat de schades vrijwel uitsluitend andere oorzaken hadden dan mijnbouwactiviteiten, zoals onoordeelkundige funderingsuitvoering, veroudering en bouwtechnische gebreken. Ook werd vastgesteld dat de ligging van de woning niet op een wierde of helling was, waardoor amplificatiefactoren niet relevant waren.
Appellant voerde diverse bezwaren aan tegen de deskundigheid en onafhankelijkheid van de STAB en de gebruikte methoden, maar deze werden door de Afdeling verworpen. De Afdeling bevestigde dat het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW door het Instituut Mijnbouwschade Groningen terecht was weerlegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden. Tevens werd het Instituut veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; rechtbankuitspraak bevestigd met verbetering van gronden; schadevergoeding niet verhoogd.