ECLI:NL:RVS:2022:1631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding voor scheurvorming door niet-mijnbouwoorzaken
Appellant is sinds 2011 eigenaar van een woning met een bijgebouw in Feerwerd. Schade aan de betonvloer van het bijgebouw en de aanbouw werd gemeld als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees de schadevergoeding af, stellende dat de schade niet door gaswinning was veroorzaakt. De rechtbank bevestigde dit oordeel en appellant ging in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is, waarbij het aan het Instituut is om met hoge mate van zekerheid aan te tonen dat de schade een andere oorzaak heeft. Deskundigen concludeerden dat de scheuren in de vloer het gevolg zijn van een zettingsverschil en krimp, niet van bodembeweging door gaswinning. Het Instituut gebruikte een geactualiseerd beoordelingskader met grenswaarden voor trillingsnelheden, waaruit bleek dat trillingen onvoldoende sterk waren om schade te veroorzaken of te verergeren.
Appellant voerde aan dat het bewijsvermoeden onjuist werd toegepast en dat het Instituut onvoldoende rekening hield met verticale trillingscomponenten. De Raad verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het Instituut zorgvuldig en met voldoende onderbouwing het bewijsvermoeden heeft weerlegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van schadevergoeding bevestigd.