ECLI:NL:RVS:2021:2682
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over schadevergoeding mijnbouwschade woning Haren
Appellant, eigenaar van een woning in Haren boven het Groningenveld, meldde schade door mijnbouwactiviteiten. Na een eerste schadevergoeding van de minister volgden aanvullende vergoedingen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond wegens onjuiste maatvoering, maar wees het beroep tegen de aanvullende vergoeding af.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de schadevergoeding ontoereikend was, dat de deskundigen niet onafhankelijk waren, en dat het calculatiemodel onjuist was toegepast. De Afdeling oordeelde dat het Instituut bevoegd was en dat de deskundigen onafhankelijk en deskundig waren. Het gebruikte calculatiemodel werd als uniform, ruimhartig en marktconform beoordeeld.
De Afdeling verwierp de stellingen over onvolledige herstelmethoden, onvoldoende vergoeding voor afdekken en constructieve maatregelen, en het ontbreken van prijsindexering. Ook werd vastgesteld dat waardevermindering na herstel niet aannemelijk was gemaakt. De proceskostenvergoeding werd als passend beoordeeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de schadevergoeding van € 47.190,28 inclusief wettelijke rente voor herstel van 55 schades aan gevels, wanden en plafonds van de woning definitief werd vastgesteld.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; rechtbankuitspraak bevestigd; schadevergoeding van € 47.190,28 inclusief rente definitief.