ECLI:NL:RVS:2022:2233
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding en herstelmethoden bij mijnbouwschade woning Groningen
De zaak betreft een hoger beroep van een woningeigenaar uit Groningen tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over de toekenning van schadevergoeding voor mijnbouwschade. De appellant stelt dat alle schades aan zijn woning en omgeving het gevolg zijn van verzakking door mijnbouwactiviteiten en betwist de door het Instituut Mijnbouwschade gehanteerde methoden en hersteladviezen.
Het geschil spitst zich toe op de juiste toepassing van het bewijsvermoeden en het beoordelingskader voor het vaststellen van de oorzaak van de schade, met name de trillingsmodellen en grenswaarden voor verzakkingsschade. De appellant voert aan dat het model van Bommer onvoldoende rekening houdt met locatie-specifieke amplificatiefactoren en dat het advies van Van Staalduinen en Everts onjuist is toegepast.
De Afdeling oordeelt dat het empirische model van Bommer (2019) een betrouwbaar en gevalideerd instrument is dat rekening houdt met lokale variaties en dat het Instituut het juiste beoordelingskader hanteert. Het advies van Van Staalduinen en Everts wordt als wetenschappelijk onderbouwd en passend beschouwd. De Afdeling wijst de argumenten van de appellant af wegens onvoldoende onderbouwing.
Ten aanzien van de herstelmethode voor de scheuren in de tegelvloer van de bijkeuken (schade 11) concludeert de Afdeling dat 'spot repair' een adequate methode is gezien de lichte aard van de scheurvorming. De appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat volledige vervanging noodzakelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.