ECLI:NL:RVS:2021:780
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- B.J. Schueler
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens drugshandel op straat in Woerden
De burgemeester van Woerden legde appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Woerden 2015, gericht op het voorkomen van drugshandel op openbare plaatsen. Appellant betwistte dit besluit en het daarop volgende invorderingsbesluit van de dwangsom, waarop de rechtbank Midden-Nederland het besluit van de burgemeester bevestigde.
Appellant voerde onder meer aan dat de bestuurlijke rapportage onbetrouwbaar was, dat de onschuldpresumptie werd geschonden en dat de hoogte van de dwangsom disproportioneel was. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester op redelijke gronden aannemelijk had gemaakt dat appellant drugshandel pleegde, dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden omdat het hier een bestuursrechtelijke herstelsanctie betreft en geen strafrechtelijke sanctie, en dat de dwangsom in redelijke verhouding stond tot het doel van het voorkomen van drugshandel.
Daarnaast werd het invorderingsbesluit van de dwangsom bevestigd, ondanks betwisting van appellant over de onderbouwing en de rechtmatigheid van het bewijs, waaronder de inbeslagname van zijn auto met cocaïne. De Raad van State stelde dat het bestuursrechtelijk gebruik van mogelijk onrechtmatig verkregen bewijs niet per definitie verboden is, tenzij het gebruik daarvan onaanvaardbaar is, wat hier niet het geval was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot invordering van de dwangsom. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.