De burgemeester van Maastricht legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden vanwege de vondst van 1.596 gram hennep en wapens. Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde, mede vanwege de ligging in een kwetsbare wijk en eerdere drugshandel in de omgeving.
Echter, verzoeker stelde dat hij psychisch kwetsbaar is met suïcidale neigingen en dat de woningsluiting dramatische gevolgen zou hebben. De voorzieningenrechter vond voldoende steun voor deze kwetsbaarheid in het dossier, waaronder medische verklaringen en rapportages van hulpverleners. De burgemeester had onvoldoende onderzoek gedaan naar de impact van de sluiting op verzoekers psychische gesteldheid, wat in bezwaar alsnog moet gebeuren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit tot sluiting geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.