ECLI:NL:RVS:2018:4039
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens bezit inbrekerswerktuigen in gemeente Barneveld
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld legde appellant bij besluit van 7 maart 2017 een last onder dwangsom op wegens het vervoeren van inbrekerswerktuigen op een openbare plaats. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, maar deze werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het proces-verbaal onvoldoende bewijs leverde, dat hij niet op de hoogte was van de werktuigen in de huurauto waarin hij bijrijder was, en dat de dwangsom een punitieve sanctie is die leidt tot dubbele bestraffing naast een strafbeschikking.
De Raad van State overwoog dat het college terecht de handschoenen en schroevendraaiers als inbrekerswerktuigen heeft aangemerkt en dat het verbod in artikel 45 van Pro de APV niet beperkt is tot eigenaren of bestuurders van voertuigen. De last onder dwangsom is geen strafrechtelijke sanctie maar een preventieve maatregel om herhaling te voorkomen, waardoor geen sprake is van dubbele bestraffing. Tevens is de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding tot het te dienen doel en het maatschappelijke belang van het voorkomen van inbraken.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.